Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag

Zacharia: de profeet van Israëls herstel #1 Joodse ballingen in het rijk van Darius de Grote

In enkele volgende teksten zullen wij kijken naar Zacharia [wiens naam betekent: Jehovah herinnert zich], de wederopbouw van Salomons tempel te Jeruzalem en hoe hij keek naar de veldslagen en een grote nog te komen eindstrijd.

de profeet Zacharia (Hebreeuws: זְכַרְיָה, Zəḵaryā: “JHWH heeft herinnerd”) wordt het gelijknamige boek Zacharia uit de Bijbel toegeschreven dat het elfde is in de serie van twaalf Kleine profeten.

Zacharia, Zachariah of Zechariah is een profeet uit Juda, de elfde van de twaalf kleine profeten. Net als Ezechiël was hij van priesterlijke afkomst. Hij was ook priester en zoon van Berechja en kleinzoon van Iddo (Ezr 5:1 6:14), die, samen met Haggaï, toezicht hield op de herbouw van de tempel in de dagen van Zerubbabel.

Zijn profetische loopbaan begon in het tweede jaar van Darius de Grote (520 v.g.t.), ongeveer zestien jaar na de terugkeer van de eerste groep uit ballingschap.

Ook al aanbad Darius de oppergod in het zoroastrisme Ahuramazda en was het mogelijk dat hij zelfs een aanhanger van de profeet Zarathustra was, trachtte hij tegelijkertijd de gunst van zijn onderdanen te winnen door hen de religieuze vrijheid te geven. Zo stond hij de Joden toe om de Tempel van Jeruzalem te bouwen, hij gaf daar zelfs geld voor.

In 520 is het bijna twintig jaar geleden dat de eerste groepen Joodse ballingen uit Babel zijn teruggekeerd. Men kan indenken dat zij zeer blij waren dat ze een veilige stek konden vinden waar zij vrij hun eigen godsdienst mochten beoefenen, maar op het aanvankelijke enthousiasme volgt al vlug een moeilijke periode. Er ontstaat rivaliteit tussen de teruggekeerden en degenen die gebleven waren. De politieke en economische situatie is ook nog erg wankel.

Graag wil men de tempel in Jeruzalem heropbouwen, maar daar moet men dan wel de fondsen voor hebben, en er is niet bepaald veel geld. De tempel die ook als het symbool van vrede en welzijn kan aanzien worden, ligt nog steeds in puin.

Het is voor die heropbouw dat de profeten Zacharia en Haggai (de tiende in volgorde van de kleine profeten en eerste profeet na de ballingschap) zich inzetten. Zij sporen het volk en hun leiders aan deze essentiële taak aan te vatten. Zij vinden gehoor bij de gouverneur en stadhouder van de provincie Jehud, Zerubbabel, de kleinzoon van Jojachin, de voorlaatste koning van het koninkrijk Juda. Zerubbabel en Jesua behoorden tot de eersten die terugkeerden uit de Babylonische ballingschap in 538 v.g.t. en mogen aanschouwd worden als degenen die de fundatie legden voor de tweede Joodse Tempel in Jeruzalem, nadat de tempel van Salomo in 587 v.g.t. door Babyloniërs verwoest was.

De profeten kregen ook gehoor voor hun plannen bij de hogepriester Jozua, zodat met de werken kon worden begonnen. De nieuwe tempel zou Gods vrederijk op aarde moeten inluiden.

Voor Zacharia is het zeker dat er een mooie toekomst is weg gelegd. Het God van Volk mag de ballingschap achter zich laten en vooruitkijken naar een betere toekomst. De stad Jeruzalem met haar tempel mag dan al verwoest zijn, ziet hij een mogelijkheid om de tempel weer op te bouwen om weer een ontmoetingsplaats te zijn voor die ontheemde mensen die verstrooid en gevlucht waren naar alle uithoeken van de aarde.

Via hem laat God Zijn mensen weten dat het volk zal verlost worden. Voor hem is Jeruzalem

“Stad van trouw” (Zach 8:3)

en is het de berg van Jehovah, de Heer van de hemelse machten, waar er opnieuw op de pleinen van Jeruzalem oude mensen zullen gaan zitten, steunend op hun stok vanwege hun hoge leeftijd, en straten terug zullen krioelen van de spelende kinderen. (Zach. 8:4). Met Jesaja zal er vooruitgekeken kunnen worden naar de stad waar God over zal jubelen en Zich verblijden over Zijn volk. (Jes. 65:19; 62:5; Op. 21:4) Geen geween of geweeklaag zal daar worden gehoord in de stad van de onwankelbare trouwe God.

Voor Zacharia is de tijd aangebroken dat Gods Volk, nu zij de woorden van de Allerhoogste uit de mond van de profeten hebben gehoord, moeten volhouden. (Zach. 8:9) Want nu kunnen zij tezamen weer het huis van de Heer van de hemelse machten heropbouwen en grondvesten. De herbouw van de tempel is begonnen en vóór die tijd bracht de arbeid van mens en dier, volgens de profeet, niets op, en wie maar een voet buiten de deur zette werd belaagd, want Jehovah had iedereen tegen iedereen opgezet. (Zach. 8:10) Maar nu ziet de profeet in dat Jehovah, de God van Israël hen niet meer als vroeger zal behandelen (Zach. 8:11).

Zacharia laat de mensen ook weten dat Jehovah, hun hemelse Vader, Zich voorgenomen heeft om het volk van Jeruzalem en Juda goed te doen (Zach. 8:15) en begint er weer voor te zorgen dat er degelijk onderricht in de stad wordt gegeven, zodat uit Sion weer de wet zal uitgaan en Gods woord zich vanuit Jeruzalem weer zal verspreiden (Micha 4:2).

Advertentie

Door belgischebroedersinchristus

Genootschap van de Broeders en Zusters in Christus, of Christadelphians, in België.

6 reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: