Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag

De roeping van Christus #2

De vertellende leerkracht, sprekend in gelijkenissen of parabels en met spreuken.

Jezus’ zendingstaak

Iemand die op een afstand van vijftig jaar of meer na Jezus’ hemelvaart op zijn aardse leven terugziet, kan veel beter dan Jezus’ tijdgenoten zijn taak en doel be­grijpen. Hij alleen weet dat de grote meerderheid van zijn volk zich van hem zou afkeren. Sommigen onder de drang van gewone wereldse prioriteiten en de onbereidwilligheid de strenge eisen van discipelschap aan te nemen. Anderen omdat hij zijn kracht niet wilde gebrui­ken om zijn volk uit de heidense macht van Rome te bevrijden en omdat hij geweigerd had hun koning te zijn. Nog anderen namen aanstoot, omdat hij leerde dat een mens zonder geloof in hem geen eeuwig leven zou hebben.

De Farizeeën en schriftgeleerden waren verontwaardigd omdat hij hun gecompliceerd systeem van regels over de sabbat, vasten, voedsel, onreinheidskwesties e.d. stellig van de hand wees al een nutteloos stelsel van God onterend en mensen belastende tradities. Tezamen met de welgestelden in het land, en vooral de Sadduceeën (de priesters en regeerders te Jeruzalem), waren ze afgunst: vanwege zijn invloed op het volk bevreesd voor een noodlottige opstand tegen Rome.

Jezus wist dat hij door de volksleiders beschuldigd zou worden van Godslastering en aan de macht van Rome overgeleverd zou worden onder voorwendsel dat hij een oproermaker was. Hij wist ook dat door zich vrijwillig over te geven aan hun eis dat hij gekruisigd moest worden, hij de wil van zijn Vader zou doen en zo dat hij zo als een zoenoffer zou sterven Gods Wil zou vervullen.
Drie dagen na zijn dood zou de Vader hem uit de doden opwekken en uitnodigen plaats te nemen aan Zijn zijde, ter rechterhand in de hemel, alvorens zijn Vrederijk op aarde te stichten.

Een nieuw Israël

In het licht van deze voorkennis zag Jezus vanaf het begin helder de taak in, die hij te doen heeft.

Hij moet nu de ongelovige massa een nieuwe gemeenschap in het leven roepen. Onder velen die naar hem komen om zijn wonderen te zien en zijn boodschap te horen, zal hij welwillenden vinden die in Jezus als hun Heiland en Koning geloven, en door zijn Vader als zijn kinderen zullen aangenomen worden en hij zal ze leren God als hun Vader te benaderen en op Zijn zorg en liefde te vertrouwen.

Gedurende de eerste periode van zijn arbeid in Galilea spant Jezus zijn net om velen tot geloof in hem te brengen.

“Komt tot mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is licht” (Matth. 11:28-30).

Onder Jezus’ volgelingen leeft in deze tijd de verwachting dat hij binnenkort de bovenaardse kracht die hij ter beschik­king heeft, zal gebruiken om zijn Koninkrijk op te richten. De eerste ontgoocheling komt met de reeks gelijkenissen waaruit blijkt dat het Vrederijk niet eerder zal komen dan “de voleinding der wereld” en dat intussen Jezus en zijn die­ naars als zaaiers en vissers de taak hebben, iedereen tot het Koninkrijk te roepen. Jezus geeft aan dat hij zijn luisteraars hiermee op de proef stelt.

“Wie oren heeft die hore!”

Het zuiveringsproces dat hiermee is begonnen zet Jezus voort in de tweede periode van zijn arbeid in Galilea als hij over de strenge eisen van discipelschap spreekt.
Persoonlijke aspiraties en zelfbeleving moeten plaatsmaken voor zelfverloochening en het dienen van anderen.

“Indien iemand achter mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge mij. Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verlo­ren heeft om mijnentwil, die zal het vinden” (Matth. 16:24,25).

Iemand die de familieband belangrijker dan zijn Heiland acht, is hem niet waardig.

Zijn uitleg van de betekenis van de broodvermenigvuldiging markeert een derde crisis. Door te spreken op figuur­lijke wijze van de noodzaak zijn bloed te drinken en zijn vlees te eten, geeft hij te kennen dat hij voor het ontvangen van eeuwig leven even onmisbaar is als het manna voor de Israëlieten in de dorre woestijn was. Zijn woorden geven aan­ stoot ook aan zijn volgelingen.

“Van toen af keerden vele van zijn discipelen terug en gingen niet langer met hem mede” (Joh. 6:66).

Jezus bereikt zijn doel

Ondanks het wegvallen van velen zet Jezus zijn taak door, een volk voor Gods naam uit de natie Israël te roepen. Soms beschouwt hij ze als een kudde onder zijn herderlijke leiding (Luc. 12:32; Joh. 10:14). Soms weer als burgers van zijn Koninkrijk (Luc. 16:16), dan weer als een broederschap (Matth. 23:8) en ook als een gemeente (Matth. 16:18; 18:17).

Als zout beschermen ze hun volksgenoten tegen volkomen verderf en als een helder licht getuigen ze in de algehele duisternis.

“Gij zijt het zout der aarde…
Gij zijt het licht der wereld” (Matth. 5:13-16).

Op de laatste avond van zijn aardse leven dankt Jezus de Vader dat hij zijn taak heeft kunnen voltooien.

“Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen, die Gij mij uit de wereld gegeven hebt. Zij be­ hoorden U toe en Gij hebt hen mij gegeven en zij hebben uw woord bewaard” (Joh. 17:6).

Uit de afgedane schil van een verdorven Israël zal nu zijn gemeente ontkiemen.

+

Voorgaande

Christadelfiaanse geloofspunten #2 Jezus de zoon van God

De roeping van Christus #1

Verkondiger Jezus ook de redder

Kracht en koninkrijk van onze God en de autoriteit van Zijn Christus

Verspreiders van het woord

Ontmoeting met iemand uit de Farizeeen, met de naam Nicodemus

++

Aansluitend

  1. Enkele kernpunten van het Christelijk geloof
  2. Christus in Profetie #7 De psalmen (1B) Psalm 110 – Priester aan de Rechterhand van God
  3. Christus in Profetie #8 De psalmen (2B) De Gezalfde goede herder spreekt
  4. Christus in Profetie #9 De psalmen (3) Van wie er in de Boekrol geschreven staat
  5. 2020 jaar geleden werd de weg geopend
  6. De god zoon, koning en zijn onderdanen
  7. De Knecht des Heren #2 Gods zwaard en pijl (Our world) = De Knecht des Heren #2 Gods zwaard en pijl (Some View on the World)
  8. Lam van God #3 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #2
  9. Ongelovige Thomassen, Jezus en zijn God
  10. Zelfverloochening en witwassen door doop
  11. Overdenking: De ware Christus: een mens als wij en toch volmaakt
  12. Overdenking voor vandaag: Al of niet luisterend naar de mensenzoon Jezus en de Waarheid opzoekend
  13. Overdenking: Gemeenschap met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus
  14. Verlossing #2 De Bijbelse oplossing
  15. Verlossing #8 Gerechtigheid door geloof
  16. Verzoening en de gekochte race
  17. Verzoening en Broederschap 7 Eén zijn
  18. Vrede heeft oefening nodig
  19. De Wederkomst en de eindtijd #1 Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan

+++

Gerelateerd

  1. Leviticus 24 + 25: 1-34 – 2012 / wetten over godslastering en het jubeljaar
  2. Een ongelovige is een levende dode
  3. Lazarus van Bethanië
  4. Sacramentsdag; Gn 14,18-20; 1 Kor 11, 23-26; Lc 9, 11b-17

Door belgischebroedersinchristus

Genootschap van de Broeders en Zusters in Christus, of Christadelphians, in België.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: