Het evangelie in het boek Jesaja – De Openbaring van Gods Gerechtigheid

Foto door Anna Tarazevich op Pexels.com

Aanbidding van afgoden

Het dominante thema van het tweede deel van het boek Jesaja is God zelf.

Eeuwen tevoren had Hij in het eerste van de Tien Geboden gezegd:

“Gij zult geen andere góden voor mijn aangezicht hebben” (Ex. 20:3).

Desondanks had het volk sindsdien tal van afgoden ingevoerd en aangebeden. De cultus van Baal, de Kanaanitische afgod bijvoorbeeld, met zijn weerzinwekkende praktijk van prostitutie om op magische wijze de vruchtbaarheid van het land en rijke oog­sten te bevorderen. Of Molech, de god van de Ammonieten, op wiens vooruitgestrekte, schuine en verhitte armen baby’s werden gelegd om te verbranden. En nu dat de Judeeërs in Babel wonen maken ze van nabij kermis van de sterrengoden: Bel, Nebo en hun verwanten.

Het feit dat een behoorlijk deel van Gods volk voort­ aan in de heidenwereld zal wonen, verklaart wellicht waarom juist in dit boek de onzinnigheid van afgoderij als nergens anders zó aan de kaak wordt gesteld, met daartegenover, en met ongeëvenaarde schoonheid, de majesteit en verhevenheid van de God van Israël. In die donkere heidense wereld, met haar menigte van goden en heren, zou het licht van deze openbaring in Jesaja van de ene God, uit wie alle dingen zijn, des te helderder stralen.

Jesaja drijft met bijtend sarcasme de spot met de mens die om een afgod in huis te hebben een boom velt, van de takken een vuur maakt om zich warm te houden, en vóór de versierde tronk gaat neerbuigen om bescherming en zegen te vragen (Jes. 44:9-20). Hij minacht de nieuwjaarsoptocht in Babel, waarbij de afgoden uit de tempels gehaald worden op de ruggen van ezels en muildieren getild, om door de straten en op de pleinen gesjouwd te worden.

De God van Israël draagt en onderhoudt het volk dat Hij geformeerd heeft, maar deze afgoden zijn even onmachtig iets te verrichten a een onbeholpen standbeeld (Jes. 46:1-7

De God van Israël

Direct na de proloog van deze profeet vestigt Jesaja de aandacht op Gods schepping: de uitgestrekte, golvende zee daarginds, de onbegrensde hemel boven het land dat zich naar de veraf liggende horizon strekt, de hoge bergen en heuvels in de verte. Wat is alles ontzaglijk groot. Hoe verheven moet dan de Schepper niet in dit alles zijn, in zijn unieke majesteit (macht!)

“Met wie dan wilt gij Gij (vergelijken en welke vergelijking op Hem toepassen?” (Jes. 40:18).

Hij die eens alles geschapen heeft houdt alles ook voortdurend in stand. In die natuur is geen machine die uit eigen kracht draait. Iedere avond lijkt het als God zijn hemelse sterrenleger onfeilbaar op de hemelse velden leidt:

“Heft uw ogen naar omhoog en ziet: wie heeft dit alles geschapen? Hij, die het heer daar­ van in groten getale uitleidt en elk daar­ van bij name roept door de grootheid zijner sterkte en omdat Hij geweldig van kracht is; er blijft niet één achter” (Jes. 40:26).

Ieder ogenblik houdt Hij de mens in leven.
God getuigt van Zichzelf niet alleen in zijn schepping maar ook in de heilsgeschiedenis. Hij is het die eens zijn kinderloze vriend Abraham koos en naar een ander land bracht om de vader te zijn van een volk ontelbaar als de sterren, dat voor altijd dat land als woonplaats zou hebben.

Hierop moet zijn volk de aandacht richten, alsook op de wonderen van de uittocht uit Egypte:

“Aanschouwt de rots waaruit gij gehouwen zijt, en de holte van de put waaruit gij gegraven zijt; aan­ schouwt Abraham, uw vader, en Sara, die u baarde; want Ik riep hem als eenling en Ik zegende hem en vermenigvuldigde hem… Zijt gij het niet, die de zee hebt drooggelegd, de wateren van de grote diepte; die de diepte der zee hebt gemaakt tot een weg, een doortocht voor verlos­ ten?” (Jes. 51:1,2,10).

Schepping en geschiedenis getuigen van een doel en alleen Gods profeten kunnen zijn heilsplan openbaren. De goden van andere volken zijn evenmin in staat te vertellen wat zal gebeuren als de wereld te scheppen en onderhouden valt.
Alleen de God van Israël kan de toekomst bekendmaken, en wel omdat Hij zelf die toekomst ook bepaalt.

“Ik immers ben God, en er is geen ander, God, en nie­mand is Mij gelijk; Ik, die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is; die zeg: Mijn raadsbesluit zal volbracht worden en Ik zal al mijn welbehagen doen” (Jes. 46:9,10).

De openbaring van Gods gerechtigheid

Aldus spreekt Jesaja in buitengewoon schone poëzie van de majesteit en macht van de God van Israël, die Zich geopenbaard heeft in de natuur, de geschiedenis en door zijn profeten in de verkondiging van zijn zegenrijke voornemens met de wereld. Hoe eerbiedwekkend dit alles voor de ontvankelijke lezer ook mag zijn, er is in deze profetie nog een ander attri­buut die op de voorgrond treedt, te weten, de openbaring van een morele eigen­ schap: Gods gerechtigheid.

Recht en gerechtigheid zijn in het Oude Testament zeer belangrijke begrippen. Israël draagt de verantwoordelijkheid als Gods verbondsvolk te zorgen voor wat recht is in de samenleving zodat de armen en hulpbehoevenden niet misbruikt of uitgebuit worden. Zij maken ook deel uit van de verbondsrelatie tussen God en Israël:

“Ik zal u tot een God zijn en gij zult Mij tot een volk zijn” (Lev. 26:12).

Gods gerechtigheid hield in dat Hij zijn belofte voor zijn volk te zorgen, zal nakomen. Hij greep bijvoorbeeld in toen Israël aangevallen werd door de Kanaanieten en zich in een zeer gevaarlijke situatie bevond. Vandaar dat de profetes Debora in een danklied zei:

“Op het ge­luid van hen die de maat aangeven bij alle drinkplaatsen, daar bezinge men de rechtvaardige daden des Heren, de recht­ vaardige daden van zijn leiders in Israël” (Richt. 5:11).

Gods gerechtigheid betekende even­wel dat wanneer Israël zijn plechtige belofte, de Allerhoogste in alles te gehoorzamen, niet getrouw zou zijn, het door de Adonai bestraft zou worden. De geschiedenis le­vert hier helaas tal van voorbeelden van.

Daartegenover zou Jehovah in Zijn verbondstrouw Zijn volk vergeven en redden, wanneer het met berouw en bekering zijn zonde zou erkennen. Nadat Israël te Sinaï zwaar gezondigd had, door hun bevrijding uit Egypte aan een gouden kalf toe te schrijven — “Dit is uw god, Israël, die u uit het land Egypte heeft gevoerd” (Ex. 32:4) — sprak God in de verkondiging van de betekenis van zijn verbonds-naam Jehovah zowel van zijn vergevens­gezindheid jegens de berouwvollen als van zijn onophoudelijke afkeer van de onboetvaardigen:

“barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft; maar de schuldige houdt Hij zeker niet onschul­dig” (Ex. 34:6,7).

God doet wat recht is wanneer Hij handelt overeenkomstig zijn onveranderlijke karakter, zodat zowel straf op de verstokte zondaar als de vergiffenis en redding van de berouwvolle, de openbaring is van zijn gerechtigheid. Zoals de apostel Johannes schreef:

“Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid” (1 Joh. 1:9).

Vandaar dat er plaatsen in de Psalmen zijn waar “heil” en “gerechtigheid” in het poëtische parallellisme voorkomen alsof zij nagenoeg synoniemen zijn:

“Mijn mond zal uw gerechtigheid vertellen, de ganse dag uw heil.
Ik zal de machtige daden des Heren HEREN verkondigen, uw gerechtigheid vermelden” (Ps. 71:15,16).
“Jehovah heeft zijn heil bekendgemaakt, zijn gerechtigheid geopenbaard voor de ogen der volken” (98:2).

Gods reddende gerechtigheid

De inleidende woorden van Jesaja’s profetie geven aan dat Israël zijn straf heeft gehad en dat de tijd nu is aangebroken voor Gods genadige vergiffenis.

“Troost, troost mijn volk, zegt uw God.
Spreekt tot het hart van Jeruzalem, roept het toe, dat zijn lijdenstijd volbracht is, dat zijn ongerechtigheid geboet is, dat het uit de hand des Heren dubbel ontvang­ en heeft voor al zijn zonden” (Jes. 40:1,2).

Ook in deze profetie van Jesaja zijn er dan plaatsen waar “heil” en “gerechtig­heid” worden gekoppeld:

“Ik breng mijn gerechtigheid nabij, zij is niet ver, en mijn heil zal niet vertoeven” (Jes. 46:13).

“Mijn heil staat gereed om te komen en mijn gerechtigheid om zich te openbaren” (Jes. 56:1).

“Mijn gerechtigheid is nabij, mijn heil treedt te voorschijn…
Mijn heil duurt eeuwig en mijn gerechtigheid wordt niet verbroken… mijn gerechtigheid duurt eeuwig en mijn heil van geslacht tot geslacht” (Jes. 51:5-8).

God rechtvaardigt mensen

Aanverwant aan deze openbaring van Gods gerechtigheid in de zin van het brengen van heil wordt ook van zijn rechtvaardiging van mensen gesproken.
Ook hier ligt de verbondsrelatie ten grondslag. Jehovah wil zijn verbondspartner Israël herstellen in een rechte relatie met Zichzelf. Als gevolg van de afvalligheid van vroegere generaties heerst onder het volk een gevoel van schuld en on­ waardigheid.

“Onze ongerechtigheden voerden ons weg als de wind… Gij hebt uw aangezicht voor ons verborgen en ons aan de macht onzer ongerechtigheden prijsgegeven” (Jes. 64:6,7).

Die afvalligheid is de oorzaak van de ellende waarin het volk zich bevindt.

“Zie, om uw on­ gerechtigheden zijt gij verkocht en om uw overtredingen is uw moeder verstoten” (5:1);

“uw ongerechtigheden zijn het die scheiding brengen tussen u en uw God” (59:2).

In deze treurige toestand doet God een beroep op zijn volk Hem te erkennen om daardoor vergeven te worden en hersteld te worden als zijn verbondsvolk.

“Wendt u tot Mij en laat u verlossen, alle einden der aarde, want Ik ben God en niemand meer… Alleen bij de Here, zal men van Mij zeggen, is gerechtigheid en sterkte, tot Hem zal men komen; maar beschaamd zullen staan allen die tegen Hem in woede ontstoken zijn; in de Here wordt het gehele nakroost van Israël gerechtvaardigd en zal het zich beroemen” (Jes. 45:22-25).

“Och, dat gij naar mijn geboden luisterdet; dan zou uw vrede zijn als een rivier en uw gerechtigheid als de golven der zee” (Jes. 48:18).

“Uw volk zal geheel uit rechtvaardigen bestaan” (Jes. 60:21).

“En men zal hen noemen: Terebinten der gerechtigheid, een planting des Heren” (Jes. 61:3).

Met deze beloften van het rechtvaar­digen van mensen op grond van geloof en vergiffenis bereidt deze profetie de weg van het evangelie van Gods heils­werk in Christus. Des te meer omdat de profetieën van de Knecht des Heren openbaren dat als gevolg van zijn lijden, gehoorzaamheid en offerdood Gods volk gerechtvaardigd zal worden:

“door zijn kennis zal mijn knecht, de rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, en hun on­ gerechtigheden zal hij dragen” (Jes. 53:11).

Rechtvaardiging door geloof

Het thema van Paulus’ brief aan de Romeinen is de openbaring van Gods ge­rechtigheid in Christus.

“Want ik schaam mij het evangelie niet… Want gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit geloof leven” (Rom. 1:16,17).

De vervulling van Jesaja’s profetie waarin wordt voorzegd dat God zijn volk zal redden en ook in een vreedzame relatie met Hemzelf brengen, legt Paulus nader uit in zijn brief aan de Romeinen.
Hij legt Gods heilswerk in Christus nader uit als hij schrijft:

“Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus, voor allen, die geloven… en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardig­heid te tonen in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is” (Rom. 3:21-26).

+

Voorgaand

Geloof in dingen van God

Door belgischebroedersinchristus

Genootschap van de Broeders en Zusters in Christus, of Christadelphians, in België.

2 reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: