Wie zijn verlangen opvolgen

Vanaf dat wij op de wereld komen, brengen onze hersenen verlangens op. Wij willen dit en willen dat. Er komt geen stoppen aan dat willen zolang wij leven. Constant worden wij geconfronteerd met het verlangen van ons hart. Daarbij komt ook nog eens een sterk verlangen naar kennis of weten. Dat verlangen doet ons ook uitzien naar de mogelijkheid om te leren om zo meer te weten.

Als mens vragen wij ons dikwijls af wat de hele bedoening is van het hier op aarde te zijn met al dat afzien en al die moeilijkheden die wij moeten zien te overwinnen. Onder de vele verlangens die wij als mens hebben is er bij velen ook de wens om oneindig te kunnen leven en dit in ieder geval in een betere omgeving of betere wereld dan deze waarin wij voor het ogenblik verblijven.

Opvallend als wij de mensen beter gadeslaan, zien wij dat de meeste mensen zich graag optrekken aan andere mensen en hun gewoonten. Weinigen willen nagaan wie er eigenlijk achter hun ‘zijn’ staat. Weinigen willen achter het ‘zijn’ de essentie van het ‘zijn’ zoeken en zich er op toe leggen om dat ‘zijn’ tot volle ontplooiing te laten komen. Velen leven in een illusie dat zij het ‘zijn’ zelf meester kunnen zijn.

In zekere zin heeft elke mens van bij de geboorte een soort van innig verlangen naar het goede. Zo kijken wij allen uit naar goede dingen die ons mogen tegemoet komen en die wij het liefst vervuld zien.
Opvallend als wij naar de mensensoort kijken zien wij, zelfs als zij er geen godsdienst op na houden, dat zij allemaal streven naar goede dingen en dat zij van oorsprong in zich een idee hebben van goed en kwaad. Ergens is er een algemene trend van ethiek die de mens in zich draagt. Toch zien wij dat een groot deel van de mensen van die aangeboren ethische normen en waarden afwijken.

De apostel Paulus besefte maar al te goed in welke mate de mens een ‘zuiver geweten’ kon hebben.

“Wanneer namelijk heidenen, die de wet niet hebben, de voorschriften van de Wet van nature onderhouden of naleven, dan zijn ze zichzelf tot wet, ook al hebben ze De Wet niet.” (Ro 2:14)

God heeft daar namelijk in voorzien dat elke mens Zijn verlangens van nature zou kennen. Het is namelijk door van de Boom van kennis van goed en kwaad te eten dat de mens tot die kennis is gekomen. Zijn ongehoorzaamheid en het toegeven om van die Boom van moraal te eten bracht de mens werkelijk die kennis mee die hij zo verlangde te hebben.

De eerste mens had getwijfeld over de ware toedracht en eerlijkheid van God. Zijn rechtvaardigheid in vraag stellend moest de mens nu komen te zien dat God Zijn verlangens gegrond en gerechtvaardigd zijn. Zij hadden beter Zijn Wil opgevolgd en niet van die boom haar vruchten gegeten, maar nu was het te laat. Zij werden hiervoor gestraft. Door hun verwerpelijke daad kwam ook over hun nageslacht de vloek van hun zonde.

Ook al kan de mens nu zo naar het beste verlangen zal hij steeds geconfronteerd worden met goede zo wel als slechte dingen en zal hij ook komen te merken dat er mensen zullen zijn die hem in de een of andere richting wensen te doen gaan. Die keuze die dan voor komt te liggen maakt het niet altijd makkelijk voor de mens. Maar toch zal elk voor zich de juiste keuze moeten maken.

Indien de mens zou weten dat een gezonde vrees voor God de keuze zou vergemakkelijken zou je denken dat meerdere mensen ook voor die God gaan, maar dat is buiten de waard gerekend. Een meerderheid van de mensen is er nog steeds van overtuigd dat de kennis bij de mens ligt en niet zozeer bij een onzichtbaar geestelijk Wezen. Toch geeft de Bijbel het beste antwoord:

“Het ontzag voor Jehovah is de grondslag van de wijsheid; Maar ongelovigen lachen om wijsheid en tucht.” (Spr 1:7)

Vooral als die wijsheid van God moet komen zien vele mensen dat niet zitten. Jehovah die de hemel bedekt met wolken en regen voor de aarde voorziet heeft een welgevallen in diegenen die Hem vrezen en in hen die op Zijn liefderijke goedheid wachten.

“Maar zo spraken de mensen die ontzag voor Jehovah hadden en Hem vreesden. Jehovah hoorde het en luisterde aandachtig. In zijn bijzijn werden in een gedenkboek de namen van de mensen opgetekend die ontzag voor  Jehovah hebben en zijn Naam hoogachtten en in gedachtenis houden.” (Mal 3:16)

“Maar het oog van Jehovah rust op hen, die Hem vrezen, En die op zijn goedheid vertrouwen:” (Ps 33:18)

Diegenen die Jehovah God vertrouwen kunnen dat ook laten blijken aan de anderen door duidelijk te maken Wie zij willen volgen en door ook bewust die Weg van God uit te gaan. Dat houdt in vele gevallen in dat men afstand doet van de vele menselijke tradities die hoogtij vieren. Want het grootste deel van tradities druisen in tegen de Wil van God en behoren tot heidense gebruiken.

Zij die zonder de Wet van God te kennen deze toch vervullen vallen ook op voor God en worden niet ontzien. Van bij de aanvang moesten mensen hun Schepper erkennen en zou de wet van God geschreven moeten worden in de harten en geesten van de begunstigden, zodat deze uiteindelijk deel zullen uitmaken van hun wezen. Het ‘zijn’ of ‘ween’ van een mens moet namelijk vervuld zijn van de Wensen van God. Die verlangens zijn ook opgetekend in het Boek der boeken, de Bestseller van alle tijden. Vandaag is deze in zulk een veelvoud van talen over de gehele wereld verspreid dat de meeste mensen onterecht zouden zeggen dat ze dat werk niet kunnen kennen. God heeft het voor de mensheid voorzien zodat de mens Hem zou kunnen komen leren te kennen en zou komen in te zien welke weg te gaan.

God geeft ook aan dat Hij er wil zijn voor iedereen, in het bijzonder voor hen die zich onder Zijn verbond willen plaatsen.

“Want het is bekend, dat gij zelf een brief van Christus bent, die door ons is geschreven, niet met inkt, maar met de Geest van de levende God; niet op stenen tafelen gegrift maar in het hart van mensen.” (2Co 3:3)

“6 Hij heeft ons bekwaam gemaakt, om bedienaars te worden van een nieuw Verbond, niet het verbond van een geschreven wet, maar dat van de Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. 7 Welnu, Wanneer wat de dood bracht en met letters in steen werd gegrift, in heerlijkheid is geweest, zodat de zonen van Israël het gelaat van Moses niet konden aanstaren om de voorbijgaande glans van Zijn aanschijn, 8 hoe veel te meer moet dan de bediening van de Geest in heerlijkheid zijn voor wat Die brengt!” (2Co 3:6-8)

“En wij allen die met onbedekt gezicht ons kunnen spiegelenen de luister en de heerlijkheid van Jehovah terug aanschouwen, zullen meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld worden veranderd en  zelfs steeds heerlijker in zijn beeld herschapen worden, zoals dit door Jehovah‘s Geest geschiedt.” (2Co 3:18)

“8 Maar Jehovah zegt, om hen te berispen, wanneer Hij zegt: Ziet, de dagen komen, Dat Ik met het huis van Israël En met het huis van Juda Een nieuw Verbond zal sluiten. 9 Niet als het verbond, dat Ik met hun vaderen sloot, Toen Ik ze bij de hand heb gevat, Om ze uit het land van Egypte te leiden. Want zij deden mijn verbond niet gestand, En Ik bekommerde Mij niet over hen, zegt Jehovah. 10 Maar dit is het Verbond, dat Ik sluit Met Israëls huis na deze dagen, zegt Jehovah. Mijn wetten zal Ik prenten in hun verstand, Ik zal ze schrijven op hun hart; En Ik zal hun God, Zij zullen mijn volk zijn! 11 Dan behoeven ze elkander niet meer te leren, De een tot den ander niet te zeggen: Leert Jehovah kennen. Neen, dan zullen zij allen Mij kennen, Kleinen en groten; 12 Want dan zal Ik hun ongerechtigheden genadig zijn, Hun zonden niet langer gedenken.” (Heb 8:8-12)

“16 “Dit is het Verbond, dat Ik sluit Met hen na deze dagen,” zegt Jehovah: Mijn wetten zal Ik prenten in hun harten, Ik zal ze schrijven in hun verstand; 17 En hun zonden en ongerechtigheden Zal Ik niet langer gedenken.” (Heb 10:16-17)

“We waren aan de wet geketend, maar thans zijn we vrij (ontslagen) van de Wet, dood voor haar, die ons aan banden legde. Opdat wij in een nieuwe betekenis slaven zouden zijn, niet meer de oude orde van de wet dienenend maar dienend in een nieuwe geest, en niet naar een verouderde letter!” (Ro 7:6)

“ik echter stierf; en het gebod tot leven bleek voor mij een gebod tot de dood.” (Ro 7:10)

“O, rampzalige mens, die ik ben! Wie zal mij verlossen van dit lichaam dat tot deze dood leidde en deze dood ondergaat?” (Ro 7:24)

“1  Voor hen, die Jesus Christus toebehoren, bestaat er dus thans geen verdoemenis meer – zij worden niet meer veroordeeld. 2 Want de wet van de Geest, een wet van leven in Christus Jesus, heeft u bevrijd van de wet van zonde en dood. 3 Wat de Wet niet vermocht, machteloos als ze was door het vlees, dat heeft God gedaan: Door zijn eigen zoon te zenden in de gedaante van het zondige vlees en terwille van de zonde, heeft hij de zonde veroordeeld in het vlees, 4 opdat het rechtvaardige vereiste van de Wet zou worden vervuld; door ons, die niet naar het vlees leven , maar naar de geest.” (Ro 8:1-4)

Daar komt het op aan dat de mens de keuze maakt om Jezus Christus te volgen en zijn leer te volgen die leven brengt. Door die verbintenis met Jezus te willen aan gaan is er bevrijding van de wet van de zonde en de dood mogelijk.
Het is namelijk zo dat waartoe de wet niet in staat was, machteloos als deze was door de menselijke natuur, daar heeft Jehovah God tot bevrijding stand gebracht door het zenden van Zijn eigen geliefde zoon die zich bereid toonde Gods Wil te doen  en zich als een Lam voor Hem aan te bieden als losprijs voor de gehele mensheid.

“zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’” (Mt 20:28)

Met zich aan de schandpaal te laten nagelen heeft Jezus Christus in dit bestaan met de zonde afgerekend. Met zijn overgave bracht Jezus het meest volmaakte offer en hoeven er geen ander offers meer gebracht worden. Hij slaagde er in volledig Gods Wil te doen. En dat is wat wij als mensen ook zouden moeten proberen te doen bij het volgen van dat zaad van Abraham en David waarbij de beloften door God zijn gedaan.

“Welnu, de Beloften zijn gedaan aan Abraham en aan zijn Zaad; er wordt niet gezegd: “aan zijn zaden,” alsof er sprake was van meerderen, maar “aan uw Zaad,” als van één, en dit is Christus.” (Ga 3:16)

Wij moeten zulk een keuze komen te maken dat wij getuigenis afleggen van ons geloof in die bevrijder en dat wij door onze handelingen ook getuigenis afleggen opdat in ons wordt volbracht wat de wet van ons eist. Bij het maken van de juiste keuze, kiezend voor de Weg van God, laten wij toe dat ons leven immers niet langer wordt beheerst door onze eigen natuur, maar door de Geest van God.

Ook al mag de meerderheid zijn eigen weg willen gaan, behoort de volger van Christus Jezus, of diegene die zich Christen wenst te noem, zich over te geven aan Christus en zoals hij ook de Wil van God te doen en te leven naar de verlangens van God.

Ook al zijn wij uit het vlees en zouden wij dan verderfelijke wezens zijn, willen broeders en zusters in Christus niet meer zaaien in het vlees maar verspreiden in de geest zodat wij onder Christus Jezus eeuwig leven zullen oogsten

“wie zaait in het vlees, zal verderf oogsten uit het vlees; maar wie zaait in de geest, zal eeuwig leven oogsten uit de geest.” (Ga 6:8)

“dat ook de schepping zelf bevrijd zal worden van de slavernij van de vergankelijkheid, om deelachtig te worden aan de vrijheid van de glorie van de kinderen Gods.” (Ro 8:21)

Wij moeten opletten niet mee te lopen met hen die ook uit het vlees zijn maar niet naar de Geest willen komen te leven. Zij kunnen anderen mee in het verderf sleuren. Ook al beloven zij die niet in God geloven dat men vrij zal zijn, moet men beseffen dat ook zij slaven zijn, maar van een erger iemand en iets dan zij die zich als slaaf voor God opstellen.

“Vrijheid spiegelen ze hun voor, maar zelf zijn ze slaven van het bederf; want door wie men overwonnen is, van hem is men de slaaf.” (2Pe 2:19)

Laat best zoals David het verlangen uitgaan naar Hem die verlangt dat wij Hem volgen en niet de wereld.

“(84-3) Mijn ziel smacht van verlangen Naar de voorhoven van Jehovah; Mijn hart en zelfs mijn vlees, mijn lichaam, roepen op Jehovah en heffen een jubelzang aan Voor de levende God!” (Ps 84:2)

God verlangt een welgevallen te vinden en is bereid de dwaling van Zijn schepselen te vergeven. Op Zijn goedhartigheid kunnen wij rekenen en vertrouwen dat Hij Zijn beloften waar zal maken. Daarom kunnen wij ook best altijd Zijn wegen volgen en ons best doen om door de nauwe poort van Zijn Koninkrijk binnen te gaan.

“Hoe eng is de poort naar het leven en hoe smal is de weg, die tot leven voert; en weinigen zijn er, die hem weten te vinden.” (Mt 7:14)

Één van de dingen die God van de mens verlangt is dat zij Zijn Naam zouden aanroepen. Op dat verlangen van God om Zijn Naam aan te roepen en anderen kenbaar te maken moeten wij vast en zeker in gaan. Het moet ook niet zo moeilijk zijn, al beseffen wij dat het voor veel mensen zal eisen dat hun schroom en hun angst voor anderen zal moeten overwonnen worden. Maar de heiliging of apart plaatsing van God Zijn Naam is als een groot verlangen van God ook een zeer belangrijk element in onze getuigenis van geloof in Hem.

+

Voorgaand

Niet zo onbelangrijk

De weg van God of de weg van de wereld?

De te volgen Weg van God

In Naam van God

++

Vindt ook te lezen

  1. Boek der boeken de Bijbel
  2. Bestseller aller tijden
  3. De Bijbel lezen – Ja natuurlijk … maar eh, echt alles?
  4. Kennis en wijsheid door een Oud Boek
  5. Ongelezen bestseller
  6. Gods vergeten Woord 21 Intro: In de wereld maar niet van de wereld
  7. Is daar een veroorzaker van alles
  8. Om te onthouden (of niet te vergeten): God is!
  9. Geloven in God
  10. Zonder de wet van Mozes zélf weten wat goed en wat kwaad is
  11. God wil u gunst betonen
  12. Beloften van God
  13. Verscheidene Verbondakkoorden 6 Betere beloften
  14. Lam van God – offer gebracht ter verzoening
  15. Zoenoffer
  16. Belangrijkheid van Gods Naam
  17. Jehovah Wiens Naam heilig is
  18. Fundamenten van het Geloof: De goedertierenheid van God
  19. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #2 Aanroepen van de Naam van God
  20. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #3 Ernstig te nemen zegenende stem
  21. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #8 Gebed #6 Communicatie en manifestatie
  22. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen
  23. Het juiste perron vinden
  24. Weest gezond van verstand en weest waakzaam met het oog op gebeden
  25. Prijs en zeg dank tot God de Allerhoogste
  26. Hij zal geen goede dingen weerhouden

Door belgischebroedersinchristus

Genootschap van de Broeders en Zusters in Christus, of Christadelphians, in België.

3 reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s