Werk aan de winkel

Er is werk aan de winkel, er is een evangelieboodschap om te prediken en er zijn boodschappers nodig.

Nadat de profeet Jesaja het visioen van glorie had gezien en waardeerde wat er werd gedaan om hem rein te maken, kon Jesaja alleen positief reageren –

“Ik!”, “Ik ga”.

als reactie op de stem die hij had gehoord en vroeg

Wie zal ik zenden en wie zal voor ons gaan?

De woorden van Jesaja 6: 8 zijn bekend en worden vaak gebruikt om elkaar aan te moedigen wanneer er vrijwilligerswerk moet worden gedaan.

Welk beter voorbeeld zou er kunnen zijn dan dit van een gewillige helper?

In deze wereld waar er weinig plaats is voor God is zulk een hulp voor God best meer dan welkom. God kan natuurlijk alles zelf doen. Maar het is de mens die nu aan beurt is om te bewijzen of zij al of niet God nodig hebben of rond zich willen hebben.

Hoe veel mensen zijn vandaag bereid om de Stem van God te horen en er op te reageren?

Er is de roeping van de Allerhoogste die moet overwogen worden. Velen mogen er zich voor schamen. Maar wij als mens moeten beseffen hoe belangrijk dat het is dat wij ons in het geheel plaatsen; een geheel met óf zonder God.

Bij de profeet Jesaja was er geen aarzeling of behoefte aan overreding. Het was daar voor hem geen ‘brandend braambos’ moment, een tijd voor twijfels of bezwaren of ruzie. Wat Jesaja betreft, was hij terecht gekomen in een tijd om in actie te komen, en het zou aan hem zijn om het te doen.

Voor hem en vele andere profeten was het duidelijk dat zij een taak hadden te vervullen en dat ze niet hoefden te wachten op anderen om in gang te schieten.

Laat anderen doen wat ze willen – de Heer boven alle heren heeft iets nodig en Jesaja is vol verlangen om te helpen. Bij het op zich nemen van het werk staat Jesaja zichzelf slechts één vraag van de Heer toe:

“Hoe lang?” (vers 11).

Hij is bereid de boodschap aan te nemen, maar vraagt zich af hoe lang hij nodig heeft om hem te blijven bezorgen. Dit soort vragen rijst soms tijdens onze prediking:

‘We hebben dit allemaal eerder gedaan en niemand luistert – misschien is het tijd om te stoppen’.

Ja, hoevelen worden er niet ontmoedigt na hun oeverloze werk dat soms geen vruchten lijkt te dragen. Hoe lang kunnen ze het volhouden. Hoe lang kunnen wij er mee door gaan om de Boodschap van God uit te dragen. Wij weten wel dat het een Goede Boodschap is, maar wat als anderen het niet willen inzien?

Het is de heer Jezus zelf die commentaar geeft op Jesaja’s visioen van de troon van heerlijkheid in de tempel. Aan het einde van de openbare bediening van Jezus legt Johannes uit dat Jesaja’s tempelvisioen betrekking had op de duizendjarige troon, waarop de gezondene van God, Jezus Christus, in heerlijkheid zal komen te zitten als koning en priester:

“Dit zei Isaias, toen hij zijn heerlijkheid had aanschouwd, en over Hem had gesproken.” (Joh 12:41 Canis)

De profeet ha over God en over diegene die God zou zenden gesproken vol glorie. De vele woorden die Jesaja gebruikte om die wonderbaarlijke wereld in te laten zien moesten ook aankondigen hoe men moest uitkijken naar die geliefde Zoon, die zou komen om de mensen de heerlijkheid van de Vader te laten zien (Johannes 1:14).

“Het Woord is vlees geworden, En heeft onder ons gewoond! En wij hebben zijn glorie aanschouwd: Een glorie als van den Eengeborene uit den Vader, Vol van genade en waarheid.” (Joh 1:14 Canis)

Echter leken velen al die woorden van deze en andere profeten niet begrepen te hebben en misten velen de tekenen die hen konden laten inzien wie die Nazareense leermeester was. Hoewel hij alle dingen goed had gedaan en verlichting had gebracht aan een volk in duisternis, luisterden de gezagsdragers liever niet,

“Want zij hadden de heerlijkheid van mensen meer lief dan de heerlijkheid van God” (12:43).

Maar Jezus stem bleef klinken, ook na zijn dood, want de apostelen gingen verder met het verkondigen van die Blijde Boodschap die hun leermeester hen had gebracht.

Jezus was de gezondene van God die zijn Vader Zijn Werken kwam verduidelijken. Hij toonde de wereld ook welk een schril contrast er is tussen Gods heerlijkheid en die van de mens, en als dit eenmaal wordt erkend, kan dit een staat van wanhoop veroorzaken. Het is het soort gevoel dat Peter ervoer toen hij zich realiseerde dat hij in het gezelschap was van een opmerkelijke man

 ‘Ga weg van mij; want ik ben een zondig mens, o Heer ”(Lukas 5: 8).

Job had een gelijkaardige ervaring met zijn God gehad. Dit was toen Job zich realiseerde dat hij ruzie had gehad met Iemand Wiens kennis te geweldig voor hem was:

“Daarom verafschuw ik mezelf en heb ik berouw in stof en as.” (Job 42: 6)

Het is een natuurlijk gevoel van waardeloosheid en ontoereikendheid, en Jesaja besefte het ook en verklaarde:

“Wee mij! want ik ben ongedaan gemaakt; want ik ben een man met onreine lippen, en ik woon te midden van een volk met onreine lippen; want mijn ogen hebben de Koning gezien, Jehovah de Heer der heerscharen. “ (Jesaja 6: 5)

Jezus liet de mensen rondom hem ook die Koninklijke Oppermachtige zien en hoe wij ons horen te keren en Hem nader horen te komen. Meerderen die blind waren werden hun ogen door Jezus geopend. Maar meerderen bleven wel ‘geestelijk blind’ al gaven de woorden van Jezus hen en ons de mogelijkheid om het licht en de waarheid te zien. Jezus waarschuwde zelfs voor blinde gidsen.

“Laat hen begaan; ze zijn blinde leiders van blinden; maar als de ene blinde den anderen leidt, vallen ze allebei in de kuil.” (Mt 15:14 Canis)

“Een ander maal richtte Jesus het woord tot hen, en sprak: Ik ben het licht der wereld. Wie Mij volgt, zal niet in de duisternis wandelen, maar het licht des levens bezitten.” (Joh 8:12 Canis)

Hij leidde zijn discipelen op zodat zij zijn werk zouden kunnen voortzetten als hij weg zou zijn. Maar zij moesten op hun beurt anderen gaan opleiden om weer anderen op te leiden, zodat er meerdere gidsen zouden kunnen zijn die mensen tot inzicht konden brengen.

“Zo moet ook uw licht voor de mensen schijnen, opdat ze uw goede werken mogen zien, en uw Vader verheerlijken, die in de hemel is.” (Mt 5:16 Canis)

Jezus herhaalde ook de woorden van de psalmzinger die kenbaar maakte dat Jehovah God er is voor allen die Hem willen horen en aanroepen.

“14 Jehovah stut die dreigen te vallen, voor hen  is Hij een steun, En die gebukt gaan, richt Hij weer op. 15 Allen hun ogen zien hoopvol naar U uit, Gij geeft voedsel aan allen, elk op zijn tijd; 16 Gij opent uw handen, En verzadigt naar hartelust al wat leeft! 17 Goed en rechtvaardig is Jehovah in al zijn wegen, En in al zijn werken vol liefde, zijn schepselen blijft hij trouw. 18 Jehovah is allen nabij, die Hem roepen: Allen, die oprecht tot Hem bidden en Hem roepen in vast vertrouwen. 19 Hij vervult het verlangen van hen, die Hem vrezen; Hij hoort hun klacht en smeken, en komt ze te hulp. 20 Jehhovah waakt en behoedt hen die Hem liefhebben, Maar maar wie Hem afwijzen, vaagt hij weg!” (Ps 145:14-20)

Die openheid van God om te aanhoren en tot hulp te komen moeten wij zoals Jezus en zijn apostelen deden, moeten wij ook nu in deze dagen van duisternis doen.

Ook als wij het brood delen met elkaar, maken wij de belofte om dit verder mee te delen aan anderen, het te herinneren met mensen waarvan wij houden en niet van houden, in school, op werk, in de vrije tijd.

Het gevaar in onze wereld is dat wij ons dikwijls gaan vergelijken met anderen en ons willen plaatsen in deze wereld met de vergelijkingsbeelden van deze wereld. dan bestaat het gevaar dat wij, vergeleken met zoveel trouwe, moedige, toegewijde en onbaatzuchtige mannen en vrouwen we ons al snel op een na de beste voelen. De lieflijkheid van de zoon van God zelf is ongeëvenaard en we zijn vervuld van lage achting en soms moedeloosheid, zoals die van de apostel Paulus die verklaarde:

‘O, ellendige man die ik ben! wie zal mij verlossen van het lichaam van deze dood? “ (Romeinen 7:24)

Het mooie hiervan is echter dat Jehovah de toestand van Jesaja kende. Zo kent Hij ook onze positie – zwak, dwalend, zondig. Hij weet ook dat het niet in onze macht ligt om voor onszelf een blijvende verandering aan te brengen, dus biedt Hij de oplossing.
In het geval van Jesaja was het om een engel te sturen om een reinigende kool van het altaar te halen en zijn lippen aan te raken zodat ze niet langer onrein waren.

“Zie, dit heeft uw lippen aangeraakt; en uw ongerechtigheid is weggenomen, en uw zonde is uitgewist. “ (Jesaja 6: 7)

Dit zijn enkele van de meest opbouwende woorden die zijn geschreven – onze barmhartige Vader heeft ons gezien zoals we zijn, met al onze zwakheden en tekortkomingen, en door zijn genade zorgt hij voor de reiniging van zonden. Niet meer onrein! De aard van Jesaja’s reiniging was nogal ongebruikelijk, maar die van ons ook, want het omvat de dood en opstanding van een volmaakte man en een rituele wassing om ons met hem te associëren.

Als God zoveel heeft gedaan om ons rein te maken, zou het voor Hem niet onredelijk zijn om in ruil daarvoor een of andere vorm van terugbetaling te verwachten. Nadat hij had toegestaan dat zijn zoon als offer werd gebracht, zou God kunnen eisen dat we een of andere vergoeding betalen. Maar dit is geen commerciële transactie, een contract van verplichtingen en plichten. Dit is een genadeverbond en Hij heeft gratis voor ons gezorgd.

Maar dat wil niet zeggen dat er niets van onze kant te doen is – er is genoeg te doen voor de Heer die zoveel voor ons heeft gedaan.  Nu is het onze beurt om uit onze schelp te komen en te laten zien in welke mate wij bereid zijn voor Jezus Christus en zijn God op te komen.

Zoals Jesaja zijn Allerhoogste Heer uitnodigde om hem te sturen, zo kunnen wij God ook verzoeken ons te machtigen om uit te gaan en mensen naar Hem te mogen leiden.
Laat ons dan ook zoals de
profeet antwoorden:

“Stuur mij!”

en klaar staan met onze antwoorden naar diegenen die vragen hebben en meer willen weten over onze Schepper.

We moeten onvermoeibaar getuigenis geven, vooral in deze dagen van onzekerheid en zorgen voor degenen om ons heen.

De huidige tijd van ‘lockdown’ en beperkte beweging zou precies het juiste moment kunnen zijn om ons voor te bereiden op een energieker getuigenis, mochten we de kans krijgen. Laat het voorbeeld van de profeet Jesaja onze leiding zijn.

+

Voorgaande

Verspreiders van het woord

++

Lees ook

  1. Voorzien om te lezen
  2. Gods vergeten Woord 24 Getuigen 3 De opdracht om te prediken
  3. Hermeneutiek om uit te dragen #8 Tegenspraak
  4. Eerste Eeuw van het Christendom
  5. Kerk van eenzelfde lichaam levendig houden of laten groeien
  6. Opkomend voor Christus #2 Sprekend uit liefde voor Christus
  7. Wie kunnen we tot Christus brengen
  8. Aankondigingsweek in Nederland
  9. Verkondigen
  10. Verkondigen van evangelie opgetekend in de Bijbel
  11. Gods vergeten Woord 24 Getuigen 3 De opdracht om te prediken
  12. Hoe moeten we prediken
  13. Blijde Boodschap kwam het eerst tot eenvoudige lieden
  14. Jehovah kan hem staande houden
  15. Opdracht tot getuigenis
  16. Getuigenis afleggen
  17. Oproep tot eensgezind getuigenis
  18. De Ekklesia #5 Gods getuigen
  19. Intenties van de ecclesia
  20. Hoe moeten we prediken?
  21. Samen werken aan een Open Gemeenschap

Door belgischebroedersinchristus

Genootschap van de Broeders en Zusters in Christus, of Christadelphians, in België.

1 reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s