Christadelfiaanse geloofspunten #8 Boodschap van Jezus wiens vergoten bloed vergeving van onze overtredingen brengt

Hij die gekomen was op bijzondere wijze, wist dat hij een belangrijke taak te vervullen had. Zeer plichtsgetrouw vervulde Jezus ook die taak, ook al bracht hem dat meermaals in moeilijkheden.

De Christadelphians of Broeders in Christus geloven dat de boodschap die Jeshua of Jezus van God bracht aan zijn verwanten, de joden, een oproep was tot berouw van elk kwaad werk, de bevestiging van zijn goddelijk zoonschap en joods koningschap was. De mensheid zou tot inzicht moeten komen dat er een eind zou komen aan de huidige tijd waar het kwaad nog heerst.

Wij geloven dat Gods vastgestelde tijd nabij is.

15 en zei: ‘De vastgestelde tijd is aangebroken en Gods Koninkrijk is nabij. Heb berouw,+ en geloof in het goede nieuws.’ (Markus 1:15)

17 Vanaf die tijd begon Jezus te prediken en te zeggen: ‘Heb berouw, want het Koninkrijk van de hemel is nabij.’+ (Mattheüs 4:17)

In zijn publieke periode kwam Jezus met de Boodschap van God naar de Joden toe, de verkondiging van de blijde tijdingen dat God hun koninkrijk door hem zou herstellen en alle dingen zou volbrengen die in de profeten zijn geschreven. Maar Jezus nam geen blad voor zijn mond en zij rechtuit hoe de dingen stonden en waarop de mens moest letten om zijn kansen niet te verliezen.

20 Want ik zeg jullie: als je niet rechtvaardiger bent dan de schriftgeleerden en farizeeën,+ zul je het Koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan.+

21 Jullie hebben gehoord dat er tegen onze voorouders werd gezegd: “Pleeg geen moord.+ Wie een moord pleegt, moet zich verantwoorden voor de rechtbank.”+ 22 Maar ik zeg jullie: Iedereen die kwaad blijft+ op zijn broeder, zal zich moeten verantwoorden voor de rechtbank. Wie een grove belediging gebruikt tegen zijn broeder, zal zich moeten verantwoorden voor de Hoge Raad. En wie zegt: “Jij waardeloze idioot!”, kan in de brandende Gehenna+ belanden.

23 Als je dus met een offergave naar het altaar gaat+ en je je daar herinnert dat je broeder iets tegen je heeft, 24 laat dan je offergave daar vóór het altaar achter. Ga eerst naar je broeder en sluit vrede met hem, en kom dan terug om het offer te brengen.+

25 Leg een geschil snel bij, terwijl je nog met de tegenpartij onderweg bent. Anders levert hij je misschien uit aan de rechter, draagt de rechter je over aan de gerechtsdienaar en word je gevangengezet.+ 26 Ik verzeker je: je komt niet vrij voordat je de laatste cent hebt betaald.

27 Jullie hebben gehoord dat er werd gezegd: “Pleeg geen overspel.”+ 28 Maar ik zeg jullie: iedereen die verlangend naar een vrouw blijft kijken,+ heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd.+ 29 Als je rechteroog je laat struikelen, ruk het dan uit en gooi het weg.+ Want je kunt beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat je hele lichaam in Gehenna wordt gegooid.+ 30 En als je rechterhand je laat struikelen, hak die dan af en gooi die weg.+ Want je kunt beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat je hele lichaam in Gehenna terechtkomt.+

31 Er werd ook gezegd: “Als iemand zich van zijn vrouw laat scheiden, moet hij haar een echtscheidingsakte geven.”+ 32 Maar ik zeg jullie: iedereen die zich van zijn vrouw laat scheiden, behalve op grond van seksuele immoraliteit, stelt haar bloot aan overspel. En iemand die met een gescheiden vrouw trouwt, pleegt overspel.+

33 Jullie hebben ook gehoord dat er tegen onze voorouders werd gezegd: “Als je een eed aflegt, mag je die niet breken.+ Wat je plechtig aan Jehovah belooft, moet je ook doen.”+ 34 Maar ik zeg jullie: Zweer helemaal niet.+ Niet bij de hemel, want dat is Gods troon, 35 niet bij de aarde, want dat is zijn voetenbank,+ en niet bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote Koning.+ 36 Je mag ook niet bij je hoofd zweren, want je kunt geen haar op je hoofd wit of zwart maken. 37 Laat je ja ja zijn, en je nee nee,+ want alles wat je daar nog aan toevoegt, komt van de goddeloze.*+

38 Jullie hebben gehoord dat er werd gezegd: “Oog om oog en tand om tand.”+ 39 Maar ik zeg jullie: Verzet je niet tegen iemand die slecht is. Als iemand je op je rechterwang slaat, draai dan ook je andere wang naar hem toe.+ 40 Als iemand je voor de rechter wil dagen en je onderkleed van je wil hebben, geef hem dan ook je bovenkleed.+ 41 En als iemand die gezag heeft, je dwingt één mijl met hem mee te gaan, ga dan twee mijl met hem mee. 42 Geef aan wie iets van je vraagt, en keer je niet af van wie iets van je wil lenen.+

43 Jullie hebben gehoord dat er werd gezegd: “Je moet je naaste liefhebben+ en je vijand haten.” 44 Maar ik zeg jullie: Heb je vijanden lief+ en bid voor degenen die je vervolgen.*+ 45 Op die manier laten jullie zien dat jullie kinderen* zijn van je Vader in de hemel,+ want hij laat de zon op goede en op slechte mensen schijnen en hij laat het regenen op rechtvaardige en op onrechtvaardige mensen.+ 46 Als je liefhebt wie jou liefhebben, verdien je daar dan een beloning voor?+ De belastinginners doen toch hetzelfde? 47 En als je alleen je broeders groet, dan doe je toch niets bijzonders? Dat doen de heidenen ook. 48 Jullie moeten dus volmaakt zijn, net zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.+ (Mattheüs 5:20-48)

Jezus wist hoe men over hem roddelde en betwijfelde wie hij wel was. Vooral zijn verbondenheid met God of zoonschap was moeilijk te vatten voor velen.

36 hoe kunnen jullie dan zeggen* dat ik* — door de Vader geheiligd en naar de wereld gestuurd — laster als ik zeg dat ik Gods Zoon ben?+ (Johannes 10:36)

35 Jezus hoorde dat ze hem eruit hadden gezet. Toen hij hem zag, zei hij: ‘Geloof je in de Mensenzoon?’ (Johannes 9:35)

Toch waren er in Jezus tijd toch al personen die inzagen dat Jezus de door God gezonden beloofde was, een mensenzoon en zoon van God, die ook de koning van de Joden zou worden.

27 ‘Ja, Heer,’ zei ze, ‘ik geloof dat jij de Christus bent, de Zoon van God, degene die in de wereld zou komen.’(Johannes 11:27)

21 De overpriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘Schrijf niet “de Koning van de Joden”, maar dat hij heeft gezegd: “Ik ben Koning van de Joden.”’ (Johannes 19:21)

49 Toen zei Natha̱naël: ‘Rabbi, je bent de Zoon van God, je bent Koning van Israël.’+ (Johannes 1:49)

Wij geloven dat het er op aan komt dat men komt in te zien dat Jezus de vele werken die hij verrichtte niet in eigen naam deed, maar in de naam van zijn hemelse Vader, en dat die daden getuigen voor en over hem.

24 Toen kwamen de Joden om hem heen staan en zeiden tegen hem: ‘Hoelang houdt u ons nog in spanning? Als u de Christus bent, zeg het ons dan gewoon.’ 25 ‘Ik heb het jullie al gezegd,’ antwoordde Jezus, ‘maar jullie geloven het niet. De werken die ik in de naam van mijn Vader doe, getuigen over mij.+ (Johannes 10:24, 25)

Jezus kon niet op één plek blijven, want hij moest verder trekken om meerdere mensen te bereiken. Hij besefte dat dit onderdeel van zijn taken was.

43 Maar hij zei tegen hen: ‘Ik moet ook in andere steden het goede nieuws van Gods Koninkrijk bekendmaken, want daarvoor ben ik gestuurd.’+ (Lukas 4:43)

In het christadelfianisme is men er bewust van dat niet iedereen zo maar de hemel of het Koninkrijk van God zal binnengaan.

27 Maar hij zal tegen jullie zeggen: “Ik weet niet waar jullie vandaan komen. Ga weg, onrechtvaardige mensen!”* 28 Jullie zullen jammeren en knarsetanden wanneer jullie Abraham, Isaäk, Jakob en alle profeten in Gods Koninkrijk zien maar er zelf uit gegooid worden.+ 29 Ook zullen er mensen uit het oosten en westen en uit het noorden en zuiden komen, en ze zullen aan tafel gaan in Gods Koninkrijk. 30 Er zijn laatsten die de eersten zullen zijn, en er zijn eersten die de laatsten zullen zijn.’+ (Lukas 13:27-30)

11 Terwijl ze naar hem luisterden, vertelde hij hun nog een illustratie, omdat hij dicht bij Jeruzalem was en ze dachten dat Gods Koninkrijk onmiddellijk zou verschijnen.+ 12 Hij zei: ‘Een man van hoge afkomst ging op reis naar een ver land+ om het koningschap te ontvangen. Daarna zou hij terugkomen. 13 Hij riep tien van zijn slaven, gaf ze tien minen en zei tegen ze: “Doe er zaken mee totdat ik kom.”+ 14 Maar de burgers hadden een hekel aan hem. Ze stuurden gezanten achter hem aan met de boodschap: “Wij willen niet dat die man koning over ons wordt.”

15 Uiteindelijk kwam hij terug nadat hij het koningschap had ontvangen. Hij riep de slaven aan wie hij het geld had gegeven bij zich, omdat hij wilde weten hoeveel ze met zakendoen hadden verdiend.+ 16 De eerste kwam naar voren en zei: “Heer, uw mine heeft tien minen opgeleverd.”+ 17 Hij zei tegen hem: “Goed gedaan! Je bent een goede slaaf. Omdat je bewezen hebt dat je betrouwbaar bent in iets kleins, geef ik je het gezag over tien steden.”+ 18 De tweede kwam en zei: “Heer, uw mine heeft vijf minen opgebracht.”+ 19 Tegen die slaaf zei hij: “Jij krijgt het gezag over vijf steden.” 20 Maar de volgende kwam en zei: “Heer, hier is uw mine. Ik heb hem verborgen in een doek. 21 Ik was namelijk bang voor u omdat u een strenge man bent. U neemt wat u niet hebt uitgezet en u oogst wat u niet hebt gezaaid.”+ 22 Tegen hem zei hij: “Slechte slaaf, met je eigen woorden zal ik je veroordelen. Je wist toch dat ik een strenge man ben en dat ik neem wat ik niet heb uitgezet en oogst wat ik niet heb gezaaid?+ 23 Waarom heb je mijn geld dan niet naar een bank gebracht? Dan had ik het bij mijn aankomst met rente teruggekregen.”

24 Toen zei hij tegen degenen die erbij stonden: “Pak de mine van hem af en geef die aan de slaaf die tien minen heeft.”+ 25 Maar ze zeiden tegen hem: “Heer, hij heeft al tien minen!” 26 Hij antwoordde: “Ik zeg jullie: Wie heeft, zal meer krijgen. Maar van wie niets heeft, zal zelfs wat hij heeft worden afgenomen.+ 27 En breng mijn vijanden die niet wilden dat ik koning over ze werd bij me en dood ze voor mijn ogen.”’ (Lukas 19:11-27)

Wij geloven dat Jezus met diegenen die dicht bij hem bleven, zelfs tijdens zijn beproevingen, een akkoord heeft gesloten.

28 Jullie zijn degenen die tijdens mijn beproevingen+ steeds bij me zijn gebleven.+ 29 En ik sluit een verbond met jullie voor een koninkrijk, net zoals mijn Vader een verbond met mij heeft gesloten,+ 30 zodat jullie in mijn Koninkrijk aan mijn tafel kunnen eten en drinken,+ en op tronen kunnen zitten+ om de 12 stammen van Israël te oordelen.+ (Lukas 22:28-30)

17 Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen maar om ze te vervullen.+ (Mattheüs 5:17)

44 Vervolgens zei hij: ‘Toen ik nog bij jullie was, heb ik jullie gezegd+ dat alles wat in de Wet van Mozes, de Profeten en de Psalmen over mij geschreven staat, vervuld moest worden.’+ (Lukas 24:44)

Dat hij voor het overbrengen van deze boodschap ter dood werd gebracht door de Joden en Romeinen, die echter slechts instrumenten in de handen van God waren, voor het doen van datgene wat Hij eerder had besloten te doen, namelijk de veroordeling van de zonde in het vlees, door het aanbieden van het lichaam van Jezus eens en voor altijd, als verzoening om de gerechtigheid van God te verkondigen, als basis voor de vergeving van zonden. Allen die God benaderen door deze aan een paal ter dood gebrachte, maar verrezen, vertegenwoordiger van Adams ongehoorzame ras, worden vergeven. Daarom reinigt zijn bloed door een figuur van zonde.

47 Hij ging elke dag in de tempel onderwijzen. De overpriesters, de schriftgeleerden en de leiders van het volk wilden hem uit de weg ruimen.+ (Lukas 19:47)

20 Op een van de dagen dat hij het volk in de tempel onderwees en het goede nieuws bekendmaakte, kwamen de overpriesters en de schriftgeleerden met de oudsten naar hem toe. Ze zeiden tegen hem: ‘Vertel ons eens: Met welk recht doet u deze dingen? En wie heeft u dat recht gegeven?’+Hij antwoordde: ‘Ik zal jullie ook een vraag stellen. Vertel me eens: was de doop* van Johannes uit de hemel of uit de mensen?’*Ze overlegden en zeiden tegen elkaar: ‘Als we zeggen: “Uit de hemel”, dan zal hij zeggen: “Waarom hebben jullie hem dan niet geloofd?” Maar als we zeggen: “Uit de mensen”, dan zal het hele volk ons stenigen, want zij zijn ervan overtuigd dat Johannes een profeet was.’+Ze antwoordden dus dat ze niet wisten waar die vandaan kwam. Jezus zei: ‘Dan vertel ik jullie ook niet met welk recht ik deze dingen doe.’

Daarna vertelde hij het volk de volgende illustratie: ‘Een man legde een wijngaard aan,+ verhuurde die aan wijnbouwers en vertrok voor lange tijd naar het buitenland.+10 In de oogsttijd stuurde hij een slaaf naar de wijnbouwers om wat vruchten van de wijngaard in ontvangst te nemen. Maar de wijnbouwers sloegen de slaaf in elkaar en stuurden hem met lege handen weg.+11 Hij stuurde nog een slaaf naar ze toe. Ze sloegen en vernederden* ook hem en stuurden hem met lege handen weg. 12 Vervolgens stuurde hij een derde slaaf. Ook die verwondden ze en ze gooiden hem eruit. 13 Toen zei de eigenaar van de wijngaard: “Wat zal ik doen? Ik zal mijn geliefde zoon+ sturen. Voor hem zullen ze vast respect hebben.” 14 Maar toen de wijnbouwers hem zagen, overlegden ze met elkaar en zeiden: “Daar is de erfgenaam. Laten we hem doden, dan is de erfenis voor ons!” 15 Ze gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem.+ Wat zal de eigenaar van de wijngaard nu met ze doen? 16 Hij zal komen en die wijnbouwers ombrengen, en hij zal de wijngaard aan anderen geven.’

Toen ze dat hoorden, zeiden ze: ‘Dat nooit!’ 17 Maar hij keek ze aan en zei: ‘Wat betekent dan wat er geschreven staat: “De steen die de bouwers hebben afgekeurd, is juist de belangrijkste hoeksteen geworden”?+18 Iedereen die op deze steen valt, zal verpletterd worden.+ En iedereen op wie de steen valt, zal erdoor verbrijzeld worden.’

19 Op dat moment wilden de schriftgeleerden en de overpriesters hem grijpen, omdat ze begrepen dat de illustratie over hen ging. Maar ze waren bang voor het volk.+20 Ze hielden hem scherp in de gaten en stuurden mannen die ze in het geheim hadden gehuurd om zich rechtvaardig voor te doen. Ze wilden hem namelijk op zijn woorden vangen,+ zodat ze hem aan de overheid konden uitleveren, aan het gezag van de gouverneur. 21 Ze legden hem een vraag voor: ‘Meester, we weten dat wat u zegt en onderwijst juist is en dat u geen vooroordeel hebt, en dat u de waarheid over Gods weg onderwijst. 22 Is het toegestaan* caesar belasting te betalen of niet?’ 23 Maar hij doorzag hun sluwe bedoelingen en zei tegen ze: 24 ‘Laat me een denarius zien. Van wie zijn de afbeelding en het opschrift?’ Ze antwoordden: ‘Van caesar.’ 25 Hij zei tegen ze: ‘Geef dan in elk geval aan caesar wat van caesar is,+ maar aan God wat van God is.’+26 Ze konden hem in het bijzijn van het volk dus niet op zijn woorden vangen. Verbaasd over zijn antwoord zeiden ze verder niets. (Lukas 20:1-26 )

45 Veel Joden die naar Maria waren gekomen en zagen wat hij deed, gingen in hem geloven.+46 Maar sommigen van hen gingen naar de farizeeën en vertelden hun wat Jezus had gedaan. 47 Daarop riepen de overpriesters en de farizeeën het Sanhedrin bij elkaar. Ze zeiden: ‘Wat moeten we doen? Deze man doet veel wonderen.*+48 Als we hem zijn gang laten gaan, zullen ze allemaal in hem gaan geloven. Dan komen de Romeinen en die zullen ons zowel onze plaats als ons volk afnemen.’ 49 Een van hen, Ka̱jafas,+ die dat jaar hogepriester was, zei toen tegen hen: ‘Jullie begrijpen er niets van. 50 Jullie hebben er niet aan gedacht dat het beter voor jullie is dat één man voor het volk sterft dan dat het hele volk wordt vernietigd.’+51 Dat zei hij echter niet uit zichzelf. Omdat hij dat jaar hogepriester was, profeteerde hij dat Jezus voor het volk zou sterven, 52 en niet alleen voor het volk, maar ook om de kinderen van God die overal verspreid zijn in eenheid bij elkaar te brengen.+53 Vanaf die dag smeedden ze plannen om hem te doden.+ (Johannes 11:45-53)

38 dat Jezus, die uit Na̱zareth kwam, door God met heilige geest en kracht werd gezalfd,+ en dat hij door het land trok, terwijl hij goede daden deed en iedereen genas die door de Duivel onderdrukt werd,+ want God was met hem.+39 En wij zijn getuigen van alles wat hij in het land van de Joden en in Jeruzalem heeft gedaan. Maar ze hebben hem gedood door hem aan een paal te hangen.+ (Handelingen 10:38, 39)

26 Mannen, broeders, nakomelingen van Abraham,* en anderen die ontzag voor God hebben, het woord over deze redding is naar ons gestuurd.+27 Want de inwoners van Jeruzalem en hun leiders hebben hem niet herkend, maar door hun vonnis hebben ze de dingen die door de Profeten zijn gezegd+ en die elke sabbat worden voorgelezen, in vervulling laten gaan. 28 Hoewel ze geen enkele grond voor de doodstraf vonden,+ eisten ze van Pilatus dat hij hem zou laten terechtstellen.+29 Toen ze alles hadden uitgevoerd wat over hem geschreven stond, haalden ze hem van de paal en legden ze hem in een graf.+ (Handelingen 13:26-29)

27 Want zowel Herodes als Po̱ntius Pilatus+ was in deze stad met heidenen* en met volken van Israël bij elkaar gekomen om uw heilige dienaar Jezus, die u hebt gezalfd,+ tegen te werken, 28 om te doen wat u met uw macht en wil* van tevoren had bepaald dat moest gebeuren.+ (Handelingen 4:27, 28)

Eeuwen had de mens met de Wet en naar de Wet kunnen leven, maar was er niet  echt goed in geslaagd. Het menselijk vlees is namelijk zo zwak dat het voor velen moeilijk is om op een goede wijze te leven. Met het oog op het wegnemen van de banvloek voor de zondeval heeft God Zijn geliefde zoon gestuurd in zijn zondig vlees, om ermee te bewijzen dat een mens naar Gods Wensen kan leven.

Wat de wet niet kon doen+ omdat die zwak was+ vanwege het vlees, heeft God gedaan: met het oog op de zonde heeft hij zijn eigen Zoon gestuurd+ in de gedaante van het zondige vlees.+ Zo heeft hij de zonde in het vlees veroordeeld,(Romeinen 8:3)

10 Dankzij deze ‘wil’+ zijn wij door het offer van het lichaam van Jezus Christus eens en voor altijd geheiligd.+ (Hebreeën 10:10)

25 God heeft hem gegeven als offer voor verzoening*+ door geloof in zijn bloed.+ Dat heeft God gedaan om te bewijzen dat hij rechtvaardig was toen hij in zijn verdraagzaamheid de zonden vergaf die in het verleden waren begaan, (Romeinen 3:25)

38 Broeders, jullie moeten weten dat dankzij deze man vergeving van zonden aan jullie wordt verkondigd.+ (Handelingen 13:38)

De Christadelphians zijn er van overtuigd dat wij dankzij het vergoten bloed van Jezus Christus vergeving van onze overtredingen of zonden kunnen genieten (Efeziërs 1:7; Hebreeën 9:14) en als wij dan in het licht van hem lopen en ons houden aan zijn leerstellingen, dat wij dan ook als broers en zusters van hem met elkaar verbonden kunnen zijn, één in het Lichaam van Christus, Jehovah God naderend met een oprecht hart en een rotsvast geloof.

en van Jezus Christus, ‘de Trouwe Getuige’,+ ‘de eerstgeborene van de doden’+ en ‘de Heerser over de koningen van de aarde’.+

Aan hem die van ons houdt+ en die ons door zijn eigen bloed van onze zonden heeft bevrijd+ —  (Openbaring 1:5)

Maar als we in het licht lopen zoals hij zelf in het licht is, dan zijn we met elkaar verbonden, en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.+ (1 Johannes 1:7)

22 Laten we God dus naderen met een oprecht hart en een rotsvast geloof, nu ons hart door besprenkeling gezuiverd is van een slecht geweten+ en ons lichaam gewassen is met zuiver water.+ (Hebreeën 10:22)

Christadelphians of Broeders in Christus geloven stellig dat wij via Jezus tot de weg naar God kunnen gaan en niet op de weg naar Jezus zelf (indien Jezus God zou zijn). Het is via Jezus dat wij tot dieper inzicht kunnen komen en meer waarheid zullen kunnen doorgronden.

Jezus antwoordde hem: ‘Ik ben de weg+ en de waarheid+ en het leven.+ Alleen via mij kun je bij de Vader komen.+ (Johannes 14:6)

Ik ben de deur. Wie door mij naar binnen komt, zal gered worden, en hij zal naar binnen en naar buiten gaan en weidegrond vinden.+ (Johannes 10:9)

18 want via hem hebben wij, beide groepen, door één geest vrije toegang tot de Vader. (Efeziërs 2:18)

19 Broeders, door het bloed van Jezus hebben we de vrijmoedigheid* om de weg te gaan die toegang geeft tot de heilige plaats.+20 Hij heeft die voor ons geopend* als een nieuwe en levende weg door het gordijn,+ dat wil zeggen zijn vlees. (Hebreeën 10:19, 20)

In het christadelfianisme is er ook geen plaats voor andere goden of heiligen om voorspraken te verkrijgen of God dingen te vragen. Voor ons is er slechts één God, die één is, en zijn geliefde zoon die als enige de ware redding aan ons heeft bezorgd en als middelaar kan optreden bij God.

12 Ook zal er via niemand anders redding komen, want er is onder de hemel geen andere naam+ aan mensen gegeven waardoor we gered kunnen worden.’+ (Handelingen 4:12)

43 Van hem getuigen alle profeten+ dat iedereen die in hem gelooft, door zijn naam vergeving van zonden krijgt.’+ (Handelingen 10:43)

Wij geloven namelijk dat Jehovah God Zijn geliefde zoon verhoogd heeft en tot zich genomen heeft, omdat die mensenzoon er wel is in geslaagd om een getrouwe dienaar van God te zijn.

Om die reden heeft God hem tot een hogere positie verheven+ en hem in zijn goedheid de naam gegeven die boven elke andere naam is,+ 10 zodat in de naam van Jezus elke knie zich zou buigen — van degenen in de hemel, op aarde en onder de grond+ — (Filippenzen 2:9, 10)

Jezus is dan ook de meest geschikte persoon om ons tot God te leiden.

18 Want Christus is eens en voor altijd gestorven voor zonden,+ een rechtvaardige voor onrechtvaardigen,+ om jullie naar God te leiden.+ Hij werd ter dood gebracht in het vlees,+ maar levend gemaakt in de geest.+ (1 Petrus 3:18)

Jezus is diegene die onze zonden met zich meegedragen heeft op de martelpaal, zodat zij voor goed zijn weg gehangen en ons een herstel kan toegebracht worden. Hij heeft een reinigingsproces op gang gebracht waarvan iedereen kan genieten.

24 Hijzelf heeft aan de paal*+ onze zonden gedragen+ in zijn eigen lichaam, zodat wij dood zouden zijn voor* de zonde en zouden leven voor rechtvaardigheid. En ‘door zijn wonden zijn jullie genezen’.+ (1 Petrus 2:24)

14 hoeveel te meer zal dan het bloed van de Christus,+ die door een eeuwige geest zichzelf onbesmet aan God heeft geofferd, ons geweten reinigen van dode werken*+ zodat we heilige dienst voor de levende God kunnen doen?+ (Hebreeën 9:14)

27 In tegenstelling tot de hogepriesters hoeft hij niet dagelijks eerst slachtoffers te brengen+ voor zijn eigen zonden en daarna voor die van het volk,+ want dat heeft hij eens en voor altijd gedaan toen hij zichzelf offerde.+ (Hebreeën 7:27)

De Christadelphians geloven dat Jezus werkelijk dood gegaan is aan die martelpaal en dat het niet de onsterfelijke God was die daar werd opgehangen en dan deed alsof Hij stierf. Jezus is als sterveling daar werkelijk gestorven (Romeinen 6:10; 1 Petrus 2:24 ), waarna hij in een graf werd gelegd (1 Korinthiërs 15:3, 4). Maar opmerkelijk is hij toen verrezen (Mattheüs 16:21 ; Mattheüs 17:22, 23Mattheüs 28:6) en later opgenomen in de hemel om naast God te komen te zitten (Mattheüs 26:64; Psalm 110:1; Lukas 22:69) en als bemiddelaar voor ons op te treden (Hebreeën 9:15). Onze verwachting is dat op een bepaald ogenblik in de tijd Jezus terug zal komen. Die tweede keer dat hij dan komt zal het niet nog eens zijn om zonden weg te nemen, maar om over de nog begane zonden een oordeel te vellen.

26 Anders zou hij sinds de grondlegging* van de wereld steeds opnieuw moeten lijden. Maar nu heeft hij zich aan het einde van de tijdperken* eens en voor altijd geopenbaard om door zijn slachtoffer zonde weg te doen.+27 En net zoals mensen eens en voor altijd sterven en daarna geoordeeld worden, 28 zo werd ook de Christus eens en voor altijd geofferd om de zonden van velen te dragen.+ De tweede keer dat hij komt, zal het niet zijn om zonde weg te nemen.* Hij zal gezien worden door degenen die vol verlangen naar hem uitzien voor hun redding.+ (Hebreeën 9:26-28)

Hij heeft zichzelf gegeven voor onze zonden+ om ons te bevrijden uit deze slechte wereld.*+ Dat is de wil van onze God en Vader.+ (Galaten 1:4)

25 God heeft hem gegeven als offer voor verzoening*+ door geloof in zijn bloed.+ Dat heeft God gedaan om te bewijzen dat hij rechtvaardig was toen hij in zijn verdraagzaamheid de zonden vergaf die in het verleden waren begaan, (Romeinen 3:25)

Want ik zeg tegen jullie dat Christus een dienaar van de besnedenen is geworden+ om te bewijzen dat God betrouwbaar is en om de beloften die Hij aan hun voorvaders had gedaan, te bevestigen,+ (Romeinen 15:8)

21 Gaat de wet dan in tegen de beloften van God? Natuurlijk niet! Als er een wet was gegeven die leven kon geven, dan zou rechtvaardigheid inderdaad door de wet worden bereikt. 22 Maar de Schrift heeft iedereen als gevangene overgeleverd aan de zonde, zodat de belofte die gebaseerd is op geloof in Jezus Christus, gegeven zou worden aan hen die geloven. (Galaten 3:21, 22)

21 Ik verwerp Gods onverdiende goedheid niet,+ want als je door de wet rechtvaardig wordt, dan is Christus eigenlijk voor niets gestorven.+ (Galaten 2:21)

Maar toen de termijn volledig verstreken was, stuurde God zijn Zoon, die uit een vrouw werd geboren+ en onder de wet stond,+ om degenen los te kopen die onder de wet stonden,+ zodat we als zonen geadopteerd zouden worden.+ (Galaten 4:4, 5)

15 Daarom is hij bemiddelaar van een nieuw verbond.+ Dat werd hij zodat degenen die geroepen zijn, de belofte van de eeuwige erfenis zouden ontvangen.+ Hij is gestorven om hen door een losprijs te verlossen+ van de overtredingen onder het vroegere verbond. (Hebreeën 9:15)

20 Na de maaltijd deed hij hetzelfde met de beker en zei: ‘Deze beker betekent het nieuwe verbond+ dat wordt bekrachtigd door mijn bloed,+ dat voor jullie vergoten zal worden.+ (Lukas 22:20)

26 De Christus moest al dat lijden toch ondergaan+ om verheerlijkt te worden?’*+ (Lukas 24:26)

46 Hij zei: ‘Er staat geschreven dat de Christus zou lijden en op de derde dag uit de dood zou opstaan.+ 47 En op basis van zijn naam zou er, te beginnen vanuit Jeruzalem, tot alle volken gepredikt worden+ dat ze berouw moesten hebben om vergeving van zonden+ te krijgen.+ (Lukas 24:46, 47)

28 want dit betekent mijn “bloed+ van het verbond”,+ dat voor velen vergoten zal worden+ om zonden te vergeven.+ (Mattheüs 26:28)

+

Voorgaande

Hoe uniek is het christadelfianisme?

Christadelfiaanse geloofspunten #1 Enige eeuwige alwetende Allerhoogste Godheid

Christadelfiaanse geloofspunten #2 Jezus de zoon van God

Christadelfiaanse geloofspunten #3 Zonde en zondigheid

Christadelfiaanse geloofspunten #4 Oplossing voor gevolgen van zondigheid

Christadelfiaanse geloofspunten #5 Beloften over Herstelplan

Christadelfiaanse geloofspunten #6 Redding uit vrouw van het nageslacht van koning David

Christadelfiaanse geloofspunten #7 Jezus de Emmanuel of God met ons

Het Wachttorengenootschap over Christadelphians #4 Over dood en hoop

++

Lees verder ook

  1. Een “zaad” voor de zegening van de gehele mensheid gekomen door de familie van Abraham
  2. Kijk op Jeshua
  3. Geloof een verbintenis tot de beloften van Christus en een verbintenis aan de eisen van Christus
  4. De Leidsman van geloof
  5. Ik ben de ware wijnstok
  6. Nooit te laat om te beginnen met te gaan naar het juiste einde
  7. Zeker zijnde van Bevrijding
  8. Al of niet onsterfelijkheid
  9. Weten waarheen te gaan
  10. Als de tijd ten einde loopt …… Slechts een klein deel gered
  11. Als de tijd ten einde loopt … 5 De weinigen die behouden worden
  12. De toorn van God
  13. Een lovende ziel voor Hem die troost, geneest, vergeeft, verlost, gaven en recht geeft, rijk aan ontferming
  14. Overdenking: “Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij …” (Op. 22:12)
  15. Opdat in ons wordt volbracht wat de wet van ons eist
  16. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen
  17. Iemand die een plaats voor ons reserveert
  18. Koning Jeshua
  19. Koning Jeshua door God aangesteld
  20. Koning Jeshua het Lam van God
  21. Koningspositie eerst opzij gezet
  22. Koning van de koningen der aarde
  23. Koninklijke heerschappij of regering
  24. Koninklijke regering tijd en ruimte overstijgend
  25. Zoekt eerst het Koninkrijk van God – lied
  26. Koninkrijk en Beloofde Land nog in opbouw
  27. Koninkrijk in eigen wereld
  28. Koninkrijk Israël en koninkrijk Juda – Verbondsluiting door God
  29. Koninkrijk Juda en Koninkrijk Israël in verbondsluiting met God
  30. Koninkrijk nu al onder ons te vinden
  31. Koninkrijk opgevat als dynamisch van aard
  32. Koninkrijk te zoeken als een schat
  33. Koninkrijken
  34. Koninkrijk van vrede
  35. Koninkrijk van God
  36. Koninkrijk van God (Jeshuaist focus)
  37. Koninkrijk van God – hemels of aards
  38. Koninkrijk van God meer dan een fysieke plaats
  39. Koninkrijk van God – mogelijkheden tot deelname
  40. Koninkrijk Gods
  41. Koninkrijk van Christus en Koninkrijk van God
  42. Koninkrijk van Christus en Koninkrijk van God (Jeshuaist artikel)
  43. Koninkrijk van God (Jeshuaist focus)
  44. Jezus is verrezen
  45. Gedachte voor vandaag: “God vragen tegen de vijanden op te staan” (03 januari)
  46. Gedachte voor vandaag “Geloof in moeilijke tijden” (14 januari)
  47. De gedachte van vandaag: “Als je jezelf een man voelt die geen kracht meer heeft” (19 februari)
  48. De gedachte van vandaag ‘Gods naam en trouw bekendmaken zodat velen Jehovah komen loven’ (20 februari)
  49. Dagelijkse gedachte voor 27 februari: Denkend aan Gods zegeningen
  50. Een race niet voor de snelste, noch een strijd om de sterkste
  51. Zij die in de renbaan lopen en geroepen zijn voor rechtvaardiging door geloof

Door belgischebroedersinchristus

Genootschap van de Broeders en Zusters in Christus, of Christadelphians, in België.

19 reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s