God heeft nooit Zijn Naam veranderd en zal deze ook niet veranderen

Blijvende of veranderende godheden

Als wij in de wereld rondom ons kijken zien wij dat heel veel mensen heel andere goden aanbidden dan diegenen die in de Bijbel opgetekend staan als Gods Volk. Zelfs in de Christen wereld is er veel onenigheid over de ware Naam van God en kan men kerkgemeenschappen vinden waar men verschillende namen heeft voor God en wat nog ergerlijk is, ook meerdere persoonlijkheden heeft voor God, ook al beweren zij monotheïsten te zijn. Een groot deel van het Christendom aanbid namelijk een zogenaamd Drie-Enige God, de Heilige Drievuldigheid of Drie-Eenheid. Niet verwonderlijk dat er bij bepaalde monotheistische godsdiensten een haat ontstaat en bestaat tegen die Drie-eenheidsaanbidders.

In bepaalde kerken gaat men zo ver dat men zelfs de kerkleden wil doen geloven dat God Zijn Naam veranderlijk is. Sommigen beweren:

Gods woorden zeggen heel duidelijk dat wanneer Hij terugkeert in de laatste dagen, Hij een groep overwinnaars zal perfectioneren, en dat Hij een nieuwe naam zal hebben. Aangezien God een nieuwe naam zal hebben in de laatste dagen, zal Hij dan nog steeds de naam Jezus kiezen? We moeten dus niet te snel zijn om te verklaren dat Gods naam nooit zal veranderen. {Zal de naam van God in de laatste dagen nog steeds Jezus zijn?}

Zij vertrekken al uit een verkeerd standpunt, namelijk bij het verwisselen van twee totaal verschillende Bijbelse karakters of figuren, één God de Vader en de ander niet god de zoon, maar wél de zoon van God (iets totaal anders).

Onzichtbaar Opperwezen en Schepper

De Ware Godheid heeft altijd al bestaan. Die God heeft geen geboorte gekend alsook geen moeder. Hij is het begin van alles. Buiten Hem bestond er niets of slechts donkerte en vormloosheid en leegte. Het is de “Ik Die Ben” die Het Onzichtbare Eeuwige Opperwezen is dat tot leven brengt, leven geeft en leven ontneemt.

“Maar, ‘zei hij {Jehovah}, ‘mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan mij zien en in leven blijven.’” (Ex 33:20)

“Niemand heeft ooit God gezien, maar de eniggeboren Zoon, die zelf een goddelijkheid is, die aan het hart van de Vader rust, die hem heeft doen kennen.” (Joh 1:18)

Voor vele mensen is dat een zeer grote moeilijkheid, te kunnen geloven in een godheid die niemand kan zien. Daartegenover staan goden, zoals Mozes, Farao, Jezus, die mensen wel konden zien, Baäal, Zeus, Apollo en andere goden die de mensen wel konden voorstellen. In de Bijbel worden de boodschappers van God ook regelmatig “god” genoemd, maar men moet weten dat die engelen niet de God zijn die in een andere gedaante naar de aarde kwam.

De goddelijke figuur die uit het geslacht van David kwam, wiens naam Jeshua veranderd werd in Issou of Ya Zeus [Jé Sus (Jesus) wat betekent Heil Zeus] of Jezus, is één van die figuren die door een grote groep mensen als God wordt verheerlijkt, terwijl ze schijnbaar geen probleem zien met Jehovah God die geen enkele mens kan zien, terwijl Jezus door een massa mensen gezien is geworden, die dan toch niet dood vielen bij een confrontatie met zijn gedaante.

Twee verschillende figuren

Een in een mens genestelde of geïncarneerde God

Er zijn nu mensen die beweren dat God naar de aarde zou gekomen zijn en zich in een menselijke gedaante zou genesteld hebben en een andere naam zou hebben aangenomen. Zij zien in het kind dat in Bethlehem geboren is en de roepnaam Jeshua kreeg, van Yahushua/Jahushua dat betekent “Jehovah Redt” (of Yashua/Jashua “Ja Redt” dat de vorm Jeshua kreeg). Nergens wordt er enige duidelijkheid geschept dat God tot een incarnatie zou over gaan en Zijn Naam dan zou veranderen. Indien Hij werkelijk Jezus zou zijn moest Hij ook Zijn hele persoonlijkheid veranderen. Want God is een alles wetende God die nooit leugens verteld. Jezus moest alles nog leren en wist op het einde van zijn leven nog een heleboel dingen niet. Indien hij de alwetende God zou zijn heeft hij dan meerdere malen niet de waarheid verteld en mensen om de tuin geleid toen hij zei dat zulke dingen enkel door God geweten zijn. Vreemd genoeg zou God dan ook niet echt de waarheid hebben gesproken toen Jezus gedoopt werd, want daar verklaarde Jehovah God dat die man van vlees en bloed die in de rivier de Jordaan stond Zijn eniggeboren welbeminde zoon was.

“16 Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor hem en zag hij hoe de Geest van God als een duif op hem neerdaalde. 17 En uit de hemel klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’” (Mt 3:16-17)

Het is niet in Zichzelf dat Jehovah God vreugde vond maar in die jonge man die bereid was om zijn eigen wil opzij te zetten om Gods Will te doen. Indien Jezus God zou zijn deed hij natuurlijk altijd zijn eigen wil. Jezus bad ook niet tot en naar zichzelf, net als hij de mensen leerde niet naar hem te bidden maar naar zijn hemelse Vader.

“9  Bid daarom als volgt: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden, 10 laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.” (Mt 6:9-10)

“Hij zei tegen hen: ‘Wanneer jullie bidden, zeg dan: “Vader, laat uw naam geheiligd worden en laat uw koninkrijk komen.” (Lu 11:2)

“‘Vader, als u het wilt, neem dan deze beker van mij weg. Maar laat niet wat ik wil, maar wat u wilt gebeuren.’” (Lu 22:42)

“Voor de tweede maal liep hij van hen weg en bad: ‘Vader, als het niet mogelijk is dat deze beker aan mij voorbijgaat zonder dat ik eruit drink, laat het dan gebeuren zoals u het wilt.’” (Mt 26:42)

“‘U Jehovah, onze God, komt alle lof, eer en macht toe, want u hebt alles geschapen: uw wil is de oorsprong van alles wat er is.’” (Opb 4:11)

Jeshua (Jezus) zei: “Ik kan niets doen uit mijzelf: ik oordeel naar wat ik hoor, en mijn oordeel is rechtvaardig omdat ik mij niet richt op wat ik zelf wil, maar op de wil van hem die mij gezonden heeft.” (Joh 5:30)

Uit die en vele andere teksten uit de Bijbel is het duidelijk dat Jezus en Jehovah twee verschillende figuren hebben die elk hun eigen naam hebben en behouden.

Jeshua of Jezus was een zeer vrome Jood, die met zijn familie tot de Essenen behoorde. Zoals alle Joden in die tijd geloofde hij en zijn leerlingen ook niet dat een mensenzoon of man een god zou worden. Jezus met zijn volgelingen, geloofde zoals alle andere Joden dat er maar één, Almachtige, Eeuwige godheid was, en dat deze de God van Abraham is Wiens Naam Jehovah is.

Vermenselijkte en lage en hoge goden

In de Oudheid kenden vele antieke volkeren wel een vorm van Gottmenschentum, of schreven aan hun goden een vermenselijking toe. Maar de Joden hadden daar helemaal geen behoefte in, omdat zij er overtuigd van waren dat hun godheid alle andere goden overtrof. Ook al zijn er verscheiden zwakke momenten geweest waarbij Gods Volk ook wel eens overging tot aanbidding van een dier, zoals een gouden kalf, of een of andere hele of halfgod. Maar steeds wisten zij de weg naar De Enige Ware God terug te vinden en konden daarom ook op Gods steun rekenen.

De Joden zagen ook een duidelijk verschil in een “god”, dat een tittel was voor een “hooggeplaatste” en de “God”, waar enkel de Elohim Hashem Jehovah als hun Oppergod werd aanzien. Voor de apostelen was Jezus wel een belangrijk figuur, maar zeker niet God. Zij erkenden in hem wel de “zoon van God”, net als wij in hem die rol zouden moeten erkennen. Ook gaf Jezus zelf te kennen dat hij al die dingen die hij deed niet zonder God kon doen. Ook liet Jezus duidelijk weten dat God groter is dan hem en dat hij zich ook aan Die Enige Ware God zou onderwerpen.

“Jullie hebben toch gehoord dat ik zei dat ik wegga en bij jullie terug zal komen? Als je me liefhad zou je blij zijn dat ik naar mijn Vader ga, want de Vader is meer dan ik.” (Joh 14:28)

“‘Houd me niet vast, ‘zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’” (Joh 20:17)

“Ik moet u echter nog het volgende zeggen. Christus is het hoofd van de man, de man het hoofd van de vrouw en God het hoofd van Christus.” (1Co 11:3)

“En op het moment dat alles aan hem onderworpen is, zal de Zoon zichzelf onderwerpen aan hem die alles aan hem onderworpen heeft, opdat God over alles en allen zal regeren.” (1Co 15:28)

Herkennen van God in Jezus

Ook al zou men in Jezus de heerlijkheid van God kunnen herkennen, doordat Jezus altijd de Wil van God deed en volstrekt correct handelde in Gods Naam. Hij, als evenbeeld van God, is de beste persoon om ons de weg naar God te tonen. Dankzij hem is het nu makkelijker gemaakt om tot God te komen, want nu treed Jezus ook als bemiddelaar bij God op (weer een bewijs dat Jezus God niet is). Met Jezus kwam er een einde aan de oude schepping en ging een nieuw tijdperk in, dat van de nieuwe schepping, waarbij Jezus de eerstgeborene is.

“Beeld van God, de onzichtbare, is hij, eerstgeborene van heel de schepping:” (Col 1:15)

“6 Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij. 7 Als jullie mij kennen zullen jullie ook mijn Vader kennen, en vanaf nu kennen jullie hem, want jullie hebben hem zelf gezien.’ 8 Daarop zei Filippus: ‘Laat ons de Vader zien, Heer, meer verlangen we niet.’ 9 Jezus zei: ‘Ik ben nu al zo lang bij jullie, en nog ken je me niet, Filippus? Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien?” (Joh 14:6-9)

“Jezus reageerde hierop met de volgende woorden: ‘Waarachtig, ik verzeker u: de Zoon kan niets uit zichzelf doen, hij kan alleen doen wat hij de Vader ziet doen; en wat de Vader doet, dat doet de Zoon op dezelfde manier.” (Joh 5:19)

“‘Wanneer u de Mensenzoon hoog verheven hebt, ‘ging Jezus verder, ‘dan zult u weten dat ik het ben, en dat ik niets uit mijzelf doe, maar over deze dingen spreek zoals de Vader het mij geleerd heeft.” (Joh 8:28)

“In hem schittert Gods luister, hij is zijn evenbeeld, hij schraagt de schepping met zijn machtig woord; hij heeft, na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, plaatsgenomen aan de rechterzijde van Gods hemelse majesteit,” (Heb 1:3)

“6 Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, 7 maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, 8 heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood-de dood aan de martelpaal.” (Flp 2:6-8)”

De Juiste om aan te roepen

De hemelse Vader van Jezus heeft in de oudheid meerdere keren laten weten dat men Hem moest aanroepen en geen andere goden. Het komt er op aan dat heel de aarde Zijn Naam zal kennen en aanroepen.

“2 ‘Dit zegt Jehovah, die de aarde heeft gemaakt, die haar heeft gevormd en gegrondvest, wiens naam Jehovah is: 3 Roep mij aan, en ik zal je antwoorden, ik zal je grote, wonderlijke dingen bekendmaken, dingen die je volkomen onbekend zijn.” (Jer 33:2-3)

“14 Breng God een dankoffer en doe wat je de Allerhoogste belooft. 15 Roep mij te hulp in tijden van nood, ik zal je redden, en je zult mij eren.’” (Ps 50:14-15)

Jezus, de zoon van God, zegt zijn omstaanders dat zij niet hem moeten bedanken maar God, die hoger is dan hij. Hij drukt ook op de belangrijkheid om Jehovah als de Heer boven alle heren lief te hebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Voor Christus Jezus is dit namelijk het grooste en eerste gebod.

“37 Hij antwoordde: ‘U moet Jehovah, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38 Dat is het grootste en eerste gebod. 39 Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. 40 Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’” (Mt 22:37-40)

Jehovah God had tegen Mozes gezegd:

Zo zul je tegen de kinderen van Israël zeggen: ‘Jehovah, de God van jullie vaderen, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob, heeft mij naar jullie gestuurd. Dit is voor eeuwig mijn naam en dit is mijn gedenkteken voor alle generaties’”

Voor eeuwig moet die Naam blijven bestaan en zullen mensen die Naam gebruiken om hun God te eren. Het werd zo gedaan in het Tijdperk van de Wet en het zla nog steeds worden gedaan in het Tijdperk van het Nieuw Verbond.

Een einde aan het brengen van brand- en andere offers door één volwaardig zoen- en loskoopoffer

Niet Zijn Naam veranderde, wel hoe de verering moest gebeuren. Jehovah God Zijn naam werd voor eeuwen boven alles, en iedereen geplaatst. Het was voor Hem dat men offers maakte op “Zijn altaar”, tot aan het einde van het Tijdperk van de Wet. Het is zo dat in het Tijdperk van de Wet Jehovah God de gezindheid uitdrukte van verbranden en vloeken, en het leven van mensen op aarde begeleide. Maar met zijn laatst gezonden profeet, Jeshua, bracht die gezalfde van God, een allerlaatste offer. Na dat zoenoffer is er geen enkel ander brandoffer of mensenoffer nodig.

In bepaalde kerken van het Christendom wil men “Jehova” wel als Gods vaste naam aannemen, maar dan beweren zij dat Hij in het vlees op aarde kwam met een andere naam. Sommigen zeggen:

Om de mensheid van de zonden te redden, beëindigde God het Tijdperk van de Wet waarin Hij Jehova werd genoemd, en begon Hij onder de naam Jezus aan het werk van de verlossing met Zijn eerdere werk in het Tijdperk van de Wet als basis. {Zal de naam van God in de laatste dagen nog steeds Jezus zijn?}

Hierbij verliezen zij uit het oog dat God in zulk een geval wel een verschrikkelijk gruwelig in pijn belust wezen moet zijn, omdat Hij dan zo veel eeuwen de mensen had laten pijn lijden terwijl Hij vroeger zulk een toneelstuk had kunnen opvoeren waarbij Hij deed alsof Hij stierf (want God kan niet sterven) en ons nu nog steeds laat lijden terwjl Zijn zogezegde dood ons verlossing zou gebracht hebben.

Natuurlijk is God niet onmedogenloos, maar is Hij geduldig geweest totdat er eindelijk een man kon bewijzen dat de mens Gods soevereiniteit wel kan erkennen en volgens Zijn Voorschriften kan leven en handelen.

Het staat wel vast dat met Jezus een nieuw tijdperk aanbrak waarbij aan de mensen een nieuwe hoop werd aangeboden. Jezus heeft zich namelijk als een offerlam aan God aangeboden. En Deze God heeft dat zoenoffer als een losprijs voor iedereen aanvaard.

“Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden.” (1Jo 4:10)

“zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’” (Mt 20:28)

Door zijn voorbeeldige houding van gedienstigheid is Jezus voor ons ook een uitstekend voorbeeld geworden. Allen die in hem geloof stellen zullen niet ontgocheld worden. God zal Zijn rechtvaardigheid aantonen door Zich te houden aan de belofte die voor het eerst in de Tuin van Eden werd geuit.

“(25-26) Hij is door God aangewezen om door zijn dood het middel tot verzoening te zijn voor wie gelooft. Hiermee bewijst God dat hij rechtvaardig is, want in zijn verdraagzaamheid gaat hij voorbij aan de zonden die in het verleden zijn begaan. Hij wil ons nu, in deze tijd, zijn gerechtigheid bewijzen: hij laat ons zien dat hij rechtvaardig is door iedereen vrij te spreken die in Jezus gelooft.” (Ro 3:25)

“Maar Christus Jezus heeft ons vrijgekocht van deze vloek door voor ons te worden vervloekt, want er staat geschreven: ‘Vervloekt is ieder mens die aan een paal hangt.’” (Ga 3:13)

“die zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen, als het getuigenis voor de vastgestelde tijd.” (1Ti 2:6)

“Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld.” (1Jo 2:2)

De onveranderlijke

Vele naam-Christenen halen verzen uit de Bijbel die betrekking hebben op God en plaatsen deze onterecht op Jezus. Bij de lezing van het Boek Openbaring van de apostel Johannes, wordt hier veelvuldig in de fout gegaan. Dat boek is een openbaring van Jezus Christus, die Jehovah God gegeven heeft, waarbij getuigenis is afgelegd geworden van het Woord dat God gegeven heeft.

“1  Openbaring van Jezus Christus, die hij van God ontving om aan de dienaren van God te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet. Hij heeft zijn engel deze openbaring laten meedelen aan zijn dienaar Johannes. 2 Johannes maakt bekend wat God gesproken heeft en waarvan Jezus Christus heeft getuigd; dit heeft hij allemaal gezien.” (Opb 1:1-2)

In dat niet zo makkelijk boek worden de woorden van Jezus makkelijk verward met de woorden van God. Zo is het niet Jezus maar wel God die zegt

“Ik ben de alfa en de omega”

en vervolgens Johannes laat optekenen

“‘Ik ben de alfa en de omega, ‘zegt Jehovah God, ‘Hij Die is, De Ik ben die ben, die was en die komt, de Almachtige.’” (Opb 1:8)

Het is Die Sprekende God Die met vreugdekreten zal begroet worden als de apart geplaatste (de heilige) Die Almachtig was, is en altijd zal blijven en aan wie dank zal gegeven worden, met erkenning van Zijn koningschap.

“Elk van de vier wezens had zes vleugels, met overal ogen langs de randen en aan de binnenkant. Dag en nacht herhalen ze: ‘Heilig, heilig, heilig is Jehovah God, de Almachtige, die was, die is en die komt.’” (Opb 4:8)

“Vervolgens kreeg ik een rietstengel als meetstok, met de opdracht: ‘Neem de maten op van Gods tempel en van het altaar, en tel degenen die God daar aanbidden.” (Opb 11:1)

“10 Mijn getuige zijn jullie-spreekt Jehovah -,mijn dienaar, die ik uitgekozen heb opdat jullie mij zouden kennen en vertrouwen, en zouden inzien dat ik het ben. Vóór mij is er geen god gevormd, en na mij zal er geen zijn. 11 Ik, ík ben de Elohim Hashem Jehovah! Buiten mij is er niemand die redt.” (Jes 43:10-11)

Wanneer de eindtijd zal komen zullen dan ook meerderen de Ware God kennen en loven met Zijn Enige en Ware Naam, wetende dat er geen ander is.

+

Voorgaande

In Naam van God

++

Aanverwante lectuur

  1. Bouwen op het Bijbels fundament 1.Feit of fantasie?
  2. Het begin van alles
  3. Gods vergeten Woord 14 Schepping 6 De Schepping als doel en garantie
  4. Van chaos naar ordelijkheid
  5. Om te onthouden (of niet te vergeten): God is!
  6. God of een god
  7. God versus goden
  8. De Enige Ware God
  9. God de Vader
  10. God over zijn Naam יהוה
  11. Ik ben die ben Ehyeh-Asher-Ehyeh אהיה אשר אהיה
  12. Hoe leest u?: “Ik ben aan Abraham, Isaak en Jakob verschenen als God de Almachtige, maar met mijn naam JHWH ben Ik hun niet bekend geweest.”
  13. Jehovah Voornaamste Hooggeplaatste
  14. Jehovah wiens naam heilig is
  15. Jehovah Voornaamste Hooggeplaatste
  16. Rond God de Allerhoogste
  17. Jehovah Heer der heren
  18. Een Naam voor een God #9 Vals geloof gevoed door vrees
  19. Geloof in slechts één god
  20. Aanroepen van Gods Naam
  21. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #2 Aanroepen van de Naam van God
  22. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #1 Schepper en Zijn profeten
  23. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #2 Instructies en Wetten
  24. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #5 Gebed #2 Getuigen zonder taalbarrieres
  25. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #7 Gebed #5 Luisterend Oor
  26. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #11 Gebed #9 Heiliging van Dé Naam
  27. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #13 Gebed #11 Naam om apart geplaatst te worden
  28. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #14 Gebed #12 De andere naam
  29. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #15 Expositie voor de Schepper
  30. Erkenning van Jehovah’s soevereiniteit
  31. Drie-Eenheid
  32. Drie-eenheids-mysterie
  33. Drievuldige God
  34. Drievuldigheid of Drie-eenheid in Christengeloof
  35. Drie-eenheid of niet
  36. Heilige Drievuldigheid of Drie-eenheid
  37. Drie-eenheid – God de zoon of Zoon van God
  38. Drie-eenheidsleer een menselijke dwaling
  39. Heilige Geest Werkzame Kracht van God
  40. Prijs en zeg dank tot God de Allerhoogste
  41. Looft Jehovah
  42. De naam van Jehovah gebruikend maar geen getuigen met die naam
  43. God is een verhaal #2 Voorgangers niet gediend met een Enige God
  44. Zeus een heerser van hemel en aarde
  45. Heil tot de gezondene van God of Zeus
  46. Yahushua, Yehoshua, Yeshua, Jehoshua of Jeshua
  47. Jezus de Gezonden Afgezant van God
  48. Zoon van God – Vleesgeworden woord
  49. Jezus de Zoon
  50. Jezus zoon van God
  51. Christus Jezus: de zoon van God
  52. Gezondene van God (Christadelphians)
  53. Jezus de Heer
  54. Vertrouwen in Jezus Christus
  55. Zoenoffer
  56. Lijden bedekt door Zoenoffer
  57. Christendom
  58. Focus op het Christendom
  59. Christenen
  60. Uitdaging van Bijbels Christendom
  61. Waarheid van mens of van God
  62. Woord van God tegenover dat van mensen
  63. Ware religie
  64. Geestelijke energie noodzakelijk voor de mens
  65. Koran tegenover veel oudere Heilige Geschriften
  66. De haat van IS voor Christenen

+++

Verder aanverwante lectuur

  1. De Bijbelse geschiedenis.
  2. Misleidende leugens
  3. VII. Vragen en antwoorden over de naam van God
  4. ‘Gods naam is veranderd?!’ Clip 2 – Is Gods naam werkelijk onveranderlijk?
  5. ‘Gods naam is veranderd?!’ Clip 3 – Het belang van Gods naam
  6. De visie van Gods werk (3)
  7. Bijbeltekst van de dag – Hebreeën 13:8 “Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid.”
  8. Bijbeltekst van de dag – Openbaring 3:12
  9. Waarom zal God een nieuwe naam hebben als Hij in de laatste dagen komt?
  10. Hollands joden en christenen (1)
  11. Matteus 28:16-20 Drie-Eenheid met ons
  12. Godgom
  13. Jesus in die Kollig

Door belgischebroedersinchristus

Genootschap van de Broeders en Zusters in Christus, of Christadelphians, in België.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s